Duitsland kiest, maar hoe precies?
Foto: AFP

Duitsers die naar de stembus trekken om een nieuw parlement te verkiezen, mogen zondag twee stemmen uitbrengen. De eerste gaat naar een kandidaat uit het eigen kiesdistrict, de tweede (belangrijkere) naar een nationale lijst, die de machtsverhoudingen in Duitsland bepaalt.

Op zondag 24 september trekken de Duitsers in 299 kiesdistricten naar de stembus voor de parlementsverkiezingen (de Bondsdag of ‘Bundestag’). Elke kiezer mag er een ‘Erststimme’ en een ‘Zweitstimme’ uitbrengen.

De kandidaat die via de Erststimme in het district het meeste stemmen haalt, behaalt sowieso - winner takes all - een zitje in het parlement. Die vertegenwoordigers worden ‘Direktmandate’ genoemd.

De Bondsdagzetels worden verdeeld aan de hand van de Zweitstimme, de partijstem. Met die stemmen wordt berekend hoeveel parlementszetels een partij heeft verworven. Die worden in eerste instantie ingevuld met mensen die via de Erststimme rechtstreeks gekozen zijn in hun kiesdistrict, de zetels die overblijven, worden verdeeld onder de deelstaatlijsten van een partij.

Daar stopt het echter niet. Zo is het Duitse parlement minstens 598 zitjes groot (twee keer 299), maar kan de uiteindelijke Bundestag veel groter uitdraaien. Soms wint een partij in een staat meer kiesdistricten door de Erststimme dan het aantal zetels dat ze toegekend krijgt door de Zweitstimme. In dat geval worden er meer kandidaten van een partij rechtstreeks in het parlement gekozen dan die partij zetels heeft. Deze extra zetels worden opgeteld bij het totale aantal zetels. Dat zijn de zogenaamde ‘Überhangmandate’.

Een voorbeeld: in de deelstaat Brandenburg zijn 10 zetels te verdelen. Partij X behaalt 30 procent van de tweede stemmen en wint zo dus 3 zetels. De partij wint echter ook vier kiesdistricten, één meer dan het aantal te verdelen zetels. Partij X krijgt dus één Überhangsmandat of een totaal van vier zetels in het parlement.

Om de verhoudingen in het parlement op peil te houden, worden tot slot de zogenaamde ‘Ausgleichsmandate’ uitgedeeld. Daarvoor wordt de zetelverhouding op basis van de Zweitstimmen nog eens berekend, maar nu direct op bondsniveau. Op basis daarvan krijgen alle partijen die volgens de eerste berekening te weinig zetels hebben in verhouding tot partijen met Überhangmandate, nog extra Ausgleichsmandate. Zij krijgen er dus net zoveel zetels bij totdat de verhoudingen tussen de fracties weer overeenkomen met de uitslag van de Zweitstimmen.

2013 vs. 2017

Na de verkiezingen van 2013 telde het Duitse parlement zo 631 zetels, verdeeld tussen de CDU/CSU (311 zetels), SPD (193), Die Linke (64) en B90/Grüne (63 zetels).

De kiezers kunnen dit jaar stemmen op een recordaantal van 42 partijen, waarvan er 16 voor het eerst opkomen. Er zijn in totaal 4.828 kandidaten, 400 meer dan in 2013. Enkel in 1998 waren er meer kandidaten, toen 5.000 mensen meedongen naar een zitje in het parlement. In totaal zijn 61,5 miljoen Duitsers stemgerechtigd. In 2013 bedroeg de opkomst 71,5 procent; in 2009 was dat 70,8 procent.