Belgische wijn boomt, maar heeft chauvinisten nodig
Foto: Sebastian Steveniers
Het kost nog steeds veel om kwaliteitsvolle Belgische wijn te maken, maar dat schikt steeds minder enthousiastelingen af. Telers roepen op om te durven afwijken van de ‘gekende waarden’.

De Belgische wijnsector in sneltempo aan het professionaliseren.  Investeren zwaar in apparatuur en laten zich begeleiden door oenologen en labo’s uit het buitenland. Door de klimaatverandering krijgt België intussen ook een beter wijnklimaat, terwijl het in het zuiden te warm aan het worden is. Daardoor wordt de kwaliteit almaar beter.

Dat zorgt voor een ware hausse aan wijnbouw in ons land. Dat bevestigt Wijnkenner Peter Doomen, auteur van het boek Wijn van Eigen Bodem, dit weekend in De Standaard. Officieel ging het in 2015 om 221 hectare, terwijl dat in 2006 nog 72 was. Volgens een schatting van Doomen zelf gaat het vandaag al om 350 hectare.

Toch kost het nog steeds stukken van mensen om in ons land uitstekende wijn te maken, zegt Joyce Kékkö-van Rennes van Wijnkasteel Genoels-Elderen in Riemst dit weekend in De Standaard. ‘Het vergt erg zware investeringen, waar je pas na tien jaar de vruchten van begint te plukken.’ Dat leidt ertoe dat Belgische wijnen eerder in het duurdere segment zitten. 

Toch ontbreekt het de gemiddelde Belg doorgaans nog steeds aan fierheid over het eigen product. Buitenlandse toeristen vallen er vandaag al vlotjes voor, sommeliers zijn vol lof, maar als wij ‘een goede fles’ wil, kiezen we al te vaak voor de gekende waarden. Toch zouden we met z'n allen volgens Doomen, vooral in de categorie tussen 20 en 40 euro, versteld staan van de kwaliteit van de Belgische wijnen.