Verhofstadt: ‘Britse positie lijkt meer realistisch te worden’
Foto: AFP

Met het verzoek van Theresa May om een overgangsperiode lijkt de Britse regering ‘meer realisme’ aan de dag te leggen over de Brexit. Zo reageert de onderhandelaar van het Europees Parlement Guy Verhofstadt op de toespraak van de Britse premier.

Maar dat betekent volgens de Belgische oud-premier niet dat de Britten tijdens die overgangsfase aan cherry picking kunnen doen. Zo wil hij niet weten van een nieuw registratiesysteem voor EU-burgers die op het eiland willen gaan wonen en werken.

‘Eindelijk, zes maanden na de activering van artikel 50, geeft de Britse regering toe dat er een overgangsperiode nodig zal zijn, zoals het Europees Parlement reeds in april in een resolutie had aangegeven’, zo steekt Verhofstadt van wal. Dat impliceert volgens de liberale fractieleider wel dat de Britten in die periode gebonden blijven aan Europese regelgeving.

Dat betekent onder meer: geen registratiemechanisme voor EU-burgers en een Europees Hof van Justitie dat toezicht houdt tijdens de overgangsperiode. Ook wil Verhofstadt duidelijke garanties dat de rechten van EU-burgers in Groot-Brittannië ook na de overgangsperiode gevrijwaard blijven. Zo wil hij vernemen hoe Britse rechters rekening zullen houden met arresten van het Hof van Justitie.

Verhofstadt vindt wel dat May iets meer duidelijkheid heeft geschapen over de financiële afwikkeling van de boedelscheiding, maar ook op dit vlak blijven er openstaande vragen. Zo belooft May betalingen tot 2020, maar zou de overgangsperiode lopen tot 2021.

Bovendien bestaan er volgens de oud-premier ook financiële verplichtingen die pas na die datum tot betalingen zullen leiden. Ook over Ierland blijft Verhofstadt op zijn honger zitten. Het vermijden van fysieke controles op het Ierse eiland lijkt volgens hem enkel mogelijk als Noord-Ierland deel van de Europese douane-unie blijft uitmaken.