Machu Picchu bezoeken wordt nog wat moeilijker

Wie van plan was om volgend jaar het eeuwenoude Incapad te bewandelen, maakt zijn reisplannen best snel concreet. In tegenstelling tot voorgaande jaren worden àlle vergunningen voor 2018 immers meteen verdeeld op 1 oktober.

De Peruviaanse regering gaat de vergunningen die nodig zijn om het Incapad te bewandelen dat naar Machu Picchu leidt, vier maanden vroeger dan voorzien verdelen. Normaal gebeurde dat gefaseerd in de maanden januari en februari van datzelfde jaar, nu zullen alle vergunningen al kunnen worden aangekocht op 1 oktober.

Per dag zijn ook maar vijfhonderd vergunningen beschikbaar voor wie de vierdaagse trektocht wil ondernemen, waardoor de kans groot is dat die meteen de deur uitvliegen, zeker voor de topmaanden april, mei en augustus. Wie niet aan een vergunning geraakt, kan Machu Picchu alsnog bereiken via een alternatieve (maar langere) route. Maar wie de Salkantay-tocht neemt, mist wel een aantal belangrijke ruïnes onderweg.

Overrompeling

Peru voerde eerder dit jaar al strengere regels in voor een bezoek aan de archeologische site Machu Picchu, onder druk van Unesco, dat ermee dreigt om de site op de lijst van bedreigd wereldergoed te plaatsen, als Peru de toestroom van bezoekers niet onder controle krijgt. In 2016 kreeg de eeuwenoude site immers tot 5.000 bezoekers per dag over de vloer, het dubbele van wat de werelderfgoedorganisatie adviseert.

Daarom is sinds 1 juli een bezoek alleen nog mogelijk met een erkende gids, die telkens maximum zestien mensen mag begeleiden. Bezoekers mogen ook niet meer de hele dag op de site blijven, maar moeten kiezen tussen voormiddag of namiddag. Wie een hele dag wil blijven, moet twee tickets kopen.