Het kind in ons keek hier al heel lang naar uit: een robot bouwen van LEGO, die je achteraf helemaal zelf kan programmeren. En dat is nog maar het begin, want met LEGO Boost Creative Toolbox haal je liefst vijf bouwprojecten tegelijk in huis. Het enige wat de fun nog kan vergallen, zijn de bizarre systeemvereisten.

Om de bouwprojecten van LEGO Boost tot leven te wekken, heb je de bijbehorende app nodig. Die is gek genoeg enkel beschikbaar voor tablets. Daar valt misschien nog iéts voor te zeggen: de app bevat namelijk meteen ook alle bouwplannen, en die bekijk je natuurlijk bij voorkeur op een groot scherm. Het scheelt bovendien een berg papier en dat is dan weer goed voor het milieu.

Ronduit overkill

Wat we alleen niet snappen, is dat Apple-gebruikers per se een iPad moeten hebben die iOS 10.3 ondersteunt. Dat was op het moment van schrijven de laatste versie van Apples besturingssysteem en ronduit overkill voor een toepassing als LEGO Boost. In de praktijk betekent het dat je minstens in het bezit moet zijn van een iPad van de 4de generatie of iPad mini 2: alles daarvoor valt af.

Voor Android-gebruikers stelt de Deense speelgoedgigant zich een stuk flexibeler op: een tablet van minimaal 8-inch met Android 5.0 Lollipop volstaat, terwijl dit besturingssysteem inmiddels bij versie 8.0 is aanbeland. Let er als iPad-bezitter dus op dat je geen kat in de zak koopt, in plaats van in de doos - een van de bouwprojecten is effectief een interactieve poes…

Enkele dagen later konden we, met een gloednieuwe iPad in de aanslag, eindelijk aan de test beginnen. We, dat zijn ondergetekende, maar vooral zoon- en dochterlief die allebei binnen de doelgroep van 7-12 jaar vallen die LEGO met deze Creative Toolbox voor ogen heeft. Het werd echter al snel duidelijk dat deze LEGO-doos, waar aardig wat techniek en ‘programmeerwerk’ bij komt kijken, toch vooral jongens aanspreekt. Daar kon zelfs een spinnende Frankie de Kat, hoe ‘cute’ ook, niks aan veranderen.

Pratende robot

REVIEW. LEGO Boost Creative Toolbox: Bouwen met blokjes en een tablet
Foto: LEGO

LEGO Boost telt ruim 840 onderdelen waarmee je zoals gezegd vijf verschillende projecten kan creëren. Naast de poes gaat het om Vernie de pratende robot, de Guitar4000 waarop je echt kan spelen, de MTR4 (een rijdende ‘rover’) en de AutoBuilder: een kleine productielijn die op eigen houtje kleine LEGO-robotjes assembleert. Het hart van elk project wordt gevormd door de Move Hub, een centrale module met twee motoren, een kantelsensor, verlichting en Bluetooth aan boord – voor de verbinding met de tablet. In de doos vind je ook nog een zogeheten interactieve motor en een Color & Distance-sensor die kleuren herkent, afstanden meet en beweging detecteert. Voor de zes batterijen (type AAA) moet je wel nog zelf zorgen.

Tijdens het bouwen ontdekken de kinderen spelenderwijs wat alle motoren en sensoren precies doen en kunnen. Neem nu Vernie de robot: praat ertegen, en hij zal reageren met gezichtsuitdrukkingen die zijn humeur weergeven. De 27 cm hoge robot kan zich ook voortbewegen op zijn grote rupsbanden, afstanden inschatten, voorwerpen oppakken en meenemen, en zelfs pijltjes afvuren via het schiettuig aan zijn schouder. Bij de Guitar4000 wordt de Color & Distance-sensor dan weer gebruikt om de gekleurde frets op de gitaarhals te herkennen, en zo de toonhoogte te wijzigen. Voor de duidelijkheid: een echte luidspreker is er niet, de muziek en andere geluidjes komen uit de tablet.

Puzzelen met commando’s

Alle acties die de LEGO Boost-modellen kunnen uitvoeren, bestaan uit een aaneenschakeling van losse opdrachten. Denk aan commando’s als start, stop, wacht een x aantal seconden, of ronddraaien. Sommige opdrachten zijn van voorwaardelijke aard, bijvoorbeeld: ‘Als het blokje rood is, laat dan de grijparm zakken’ of ‘als de sensor beweging opmerkt, speel dan een geluidje af’.

De commando’s worden in de app voorgesteld met duidelijke pictogrammen die als een soort puzzelstukjes in elkaar haken. Dit resulteert in stappenplannen die sterk lijken op de programmaregels voor CNC-machines uit industriële omgevingen, maar dan vele malen toegankelijker (de app legt het bovendien allemaal glashelder uit). Door te experimenteren met de volgorde en de parameters van de pictogrammen, raken de kinderen stukje bij beetje vertrouwd met de basisbeginselen van programmeren – iets waar ze op latere leeftijd wellicht de vruchten van zullen plukken.

Conclusie

Laten we de absurde systeemvereisten voor de iPad even buiten beschouwing, dan valt er weinig aan te merken op LEGO Boost Creative Toolbox. De prijs van 159 euro is zeker niet mals, maar daar staat tegenover dat de verschillende projecten en de schier eindeloze programmeermogelijkheden garant staan voor een hele lange houdbaarheidsdatum. Als mijn zoontje onverwacht een whizzkid blijkt en het later tot de volgende Zuckerberg schopt, dan heeft deze bouwdoos ongetwijfeld een steentje bijgedragen.