Gents Museum voor Schone Kunsten geeft na 75 jaar twee werken terug aan rechthebbenden
Twee zittende naaktfiguren’ uit 1930. Foto: MSK Gent / Lucasweb
Ruim 75 jaar nadat het Museum voor Schone Kunsten van Gent twee bruiklenen toevertrouwd kreeg, gaan ze terug naar de eigenaar. Of beter: naar zijn twee dochters, want de eigenaar is ondertussen al lang overleden.

De twee schilderijen uit de experimentele periode van Frits Van den Berghe zaten in het depot van het museum.

Frits Van den Berghe is een kind van de stad Gent. Hij is er geboren en gestorven. Toen hij in 1939 overleed, wou het museum hem vereren met een overzichtstentoonstelling. Bij privéverzamelaars deed het een oproep om tijdelijk werk af te staan. Emile Henri David ging daar op in. Hij stond Naakt met sleep (1928) en Twee zittende naaktfiguren (1930) af.

Het museum werd verrast door de Tweede Wereldoorlog. De expositie is er nooit gekomen. Al die tijd bleven de schilderijen in bewaring. Toen de oorlog afgelopen was, stuurde de conservator enkele brieven naar Jacques Sermonlaan 20, het adres dat achteraan op de schilderijlijsten stond. Dat is een adres  in Ganshoren, in de schaduw van de Basiliek van Koekelberg. Het enige antwoord dat er kwam: ‘woont niet meer op dit adres’. Was de eigenaar misschien omgekomen?

Twee keer fout

Het had gekund, want Emile Henri David was een jood. Bovendien was hij  politiek zeer uitgesproken links. In de ogen van de nazi-bezetter was dat twee keer flink fout.

Toch zijn deze twee schilderijen geen roofkunst. De nazi’s hebben nooit in de gaten gehad dat ze in bewaring waren bij het Museum voor Schone Kunsten in Gent. Er is wel sprake van een jarenlange weinig doortastende aanpak van het museum. Want David was niet overleden. Hij was alleen verhuisd. Een paar keer zelfs. Met zijn familie belandde hij uiteindelijk in Franstalig België.

Niet alleen na de oorlog werd er laks opgetreden. Recenter kwam een paar keer aan de oppervlakte dat het museum de twee schilderijen van Van den Berghe nog in bezit had. Ze werden vermeld in het verslag van de ‘Studiecommissie joodse goederen’. Dat werd in 2001 afgeleverd. Een paar jaar geleden schreef deze  krant (DS 25 januari 2014)  dat ze afkomstig waren ‘van een joodse eigenaar (naam en adres bekend bij de redactie)’.

Definitief weg

De uiteindelijke opsporing van de nabestaanden is verricht door de Cel recuperatie geroofde goederen. Naast kunsthistorische bronnen heeft ze burgerlijke en militaire archieven geraadpleegd. Wat de twee dochters met de schilderijen zullen doen, is nog niet duidelijk. Vast staat dat de werken definitief weg zijn uit het museum. Ze keren niet via schenking of bruikleen terug naar het museum om ze vooralsnog in de collectie te kunnen houden.

De twee schilderijen behoren tot de latere, experimentele periode van Frits Van den Berghe (1883-1939). Zijn vroege, fijnzinnige impressionisme had hij dan al een poos achter de rug. Daarna kende hij een expressionistische periode met verwante kunstenaars als Constant Permeke en Gustaaf De Smet in de Latemse School, die hij in de jaren ‘20 radicaal doortrok. Ook die periode had hij al achter zich gelaten  toen hij Naakt met sleep en Twee zittende naaktfiguren schilderde. 

Surrealisme

Halfweg de jaren ‘20 kreeg hij solotentoonstellingen en vond hij aansluiting bij de internationale stromingen. Vooral zijn contract met de Brusselse galerie Le Centaure beïnvloedde hem sterk. Hij stelde er tentoon met Fernand Léger, Hans Arp, Paul Klee en Max Ernst. Onder invloed van deze laatste ging hij zich steeds meer interesseren voor dromen en hallucinaties. Zijn werk neigde naar het surrealisme  en vertoonde steeds meer fantastische elementen. Hij experimenteerde met alternatieve technieken. Daar was hij volop mee bezig toen hij in 1928 secretaris werd in Galerie L’Epoque.

Via die laatste galerie kwam Naakt met sleep, een werk uit 1928, op de markt. Het stuk meet 55 op 46 centimeter en is samengesteld uit bruin-en beigetinten. Bijzonder aan dit werk is de experimentele techniek. Van den Berghe gebruikte gekleurd papier dat hij in olie drenkte. Daarop schilderde hij met olieverf. Hij liet de kleuren op de bladen samenvloeien en manipuleerde de grillige vormen die zo ontstonden.

Het tweede werk is Twee zittende naaktfiguren (59 op 57,5 centimeter) uit 1930. Dit olie op doek is via galerie Le Centaure op de markt gekomen.

De hoogconjunctuur heeft voor Van den Berghe niet lang mogen duren. Door de beurskrach van 1929 stortte de kunstmarkt in en gingen de galeries waar hij aan verbonden was failliet. De kunstenaar verloor zijn vast loon als secretaris. Dagblad De Vooruit was voor hem een reddingsboei waar hij als illustrator aan het werk kon.

Een grote aderlating is de restitutie niet voor het Museum voor Schone Kunsten Gent. In zijn vaste opstelling heeft het ruim tien werken op zaal, waarin de evolutie van Van den Berghe evenwichtig gepresenteerd is. De twee werken in kwestie zaten in het depot.