Met tranen in de ogen heeft PS-kopstuk Laurette Onkelinx (58) aangekondigd dat ze uit de actieve politiek stapt ten laatste in 2019. Ze stopt wel meteen als fractieleidster in de Kamer. ‘Ik draai de pagina om. Ik laat plaats aan de jongeren.’

‘Ik begin aan het derde deel van mijn professionele carrière’, zei Laurette Onkelinx vanmorgen op een persconferentie. Dat wil zeggen: ze stopt als politica, ten laatste in 2019. Tegen dan wil ze in Brussel alles op orde stellen. Na het Samusocial-schandaal zit de Brusselse PS in crisissfeer. Onkelinx wil de campagne voor 2018 en 2019 nog leiden, als militante. Haar functie als PS-fractieleider in de Kamer geeft ze meteen op.

Onkelinx, geboren in Ougrée nabij Luik, stond jarenlang op het hoogste politieke toneel en was een van de invloedrijkste politici van de voorbije decennia. In 1992 werd ze voor het eerst minister in de regering-Dehaene II. Een jaar later vertrok ze naar de executieve van de Franse Gemeenschap. Ze werd er voorzitter van. Nu noemen we die functie ‘minister-president’.

Onder Verhofstadt keerde ze terug naar de federale regering, eerst als minister van Arbeid en Tewerkstelling en vanaf 2003 als minister van Justitie. In de regering-Leterme, Verhofstadt III, regering-Van Rompuy en regering-Di Rupo was ze minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.

‘Proces versneld’

Ook binnen de PS groeide Onkelinx door tot de top. Ze werd de ‘nummer twee’, na Elio Di Rupo. Ze is voorzitster van de Brusselse federatie sinds 2013, en beleefde tijdens het Samusocial-schandaal haar moeilijkste momenten. Ze kreeg kritiek omdat ze Yvan Mayeur, de betrokken burgemeester van Brussel toen, aanvankelijk bleef steunen.

‘Ik wil het schip niet verlaten in moeilijkheden’, zei Onkelinx. ‘Ik denk al een jaar na over mijn toekomst. De feiten van afgelopen zomer hebben het proces versneld. (...) ‘Ik wil de pagina omdraaien, en beginnen aan het derde deel van mijn professionele leven.’ Onkelinx werkte tien jaar als advocaat voor ze voltijds politica werd. ‘Ik maak nu plaats voor de jongeren’, zei ze nog.