Helft van studenten lerarenopleiding kent onvoldoende Frans
Foto: Hollandse Hoogte / Julius Schrank

Studenten die de lerarenopleiding lager onderwijs willen volgen, kennen vaak onvoldoende Frans. Dat blijkt uit de resultaten van de niet-bindende toelatingsproef van vorig jaar. De studenten scoren wel beter op Nederlands en wiskunde.

Bedoeling van de toelatingsproef, die vorig jaar voor het eerst werd georganiseerd, is om te zien of kandidaat-leerkrachten klaar zijn voor hun opleiding. De proef is niet-bindend. De feedback geeft studenten wel de kans om ofwel zelfstandig ofwel binnen de lerarenopleiding bij te spijkeren waar nodig.

Uit de cijfers van minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) blijkt nu dat er vorig jaar 6.000 eerstejaarsstudenten lerarenopleiding (kleuter-, lager- en secundair onderwijs) hebben deelgenomen aan de proef. Ongeveer 7 op de 10 studenten waren vrouwen.

Terwijl de meeste studenten goed scoren op Nederlands (70 procent slaagt) en wiskunde (65 procent slaagt), haalt slechts de helft van de studenten de norm voor Frans.

Crevits: ‘Een spiegel voor jongeren’

Volgens minister Crevits tonen de resultaten alvast het nut van de proef. ‘Het houdt jongeren een spiegel voor en geeft hen feedback over hun motivatie en basisvaardigheden. Jongeren geven zelf aan dat ze het als zinvol ervaren. Met deze proef willen we de instroom versterken en de uitval in de lerarenopleiding beperken. Liever 80 inschrijvingen en 70 studenten die uiteindelijk leerkracht worden, dan 100 inschrijvingen en maar 50 die de eindmeet halen’, aldus Crevits.

Vorig jaar (2016-2017) werd de proef nog afgenomen na de inschrijving. Voor dit schooljaar is het verplicht voor de inschrijving tot de lerarenopleiding.