Verbod op IS-propaganda belandt in prullenmand
Foto: BELGAIMAGE

De commissie 22/3 heeft beslist het bezoeken van jihadistische websites niet strafbaar te stellen, tenzij er later sprake blijkt van ‘terroristische zelfstudie’.

Het was federaal procureur Frédéric Van Leeuw die het voorstel lanceerde in de nasleep van een mislukte aanslag in Brussel-Centraal. ‘In ons land is het vandaag verboden om websites te bezoeken met beelden van kindermisbruik. Waarom verbieden we ook niet het raadplegen van jihadistische sites met gewelddadige beelden of instructies?’ (DS 23 juni). Premier Charles Michel leek het idee genegen, maar academici noemden het verbod ‘even nuttig als een chocoladen theepot’.

De parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen in Brussel, die deze week haar werkzaamheden hervatte, heeft zich intussen gebogen over de kwestie. Een strafbaarstelling komt er niet. Vaste expert Paul Martens, oud-voorzitter van het Grondwettelijk Hof, meent dat ons land zich met zo’n verbod op juridisch glad ijs begeeft.

In zijn nota verwijst hij naar Frankrijk, waar het Grondwettelijk Hof uitermate streng is voor de ‘neiging van de wetgever om ­allerlei strafbaarstellingen in te voeren die al een effect hebben lang voor er sprake is van een ­mogelijke terreurdaad’. Martens benadrukt dat er in ons land al veel wetgeving bestaat: hate speech uitdragen is bijvoorbeeld al strafbaar, dat valt niet onder de vrije meningsuiting.

‘Alvorens de ontvangers te criminaliseren, moet men de strijd tegen de verspreiding van haatdragende en gewelddadige boodschappen opvoeren’, luidt het. ‘Tegelijk kan men zich uitrusten met de nodige technische middelen om de ontvangers van die boodschappen in het oog te houden.’

De commissie 22/3 schaart zich achter de nota van Martens en verkiest het bestaande wettelijk kader uit te putten. Maar wat met de Europese richtlijn van maart 2017, waar Van Leeuw in juni expliciet naar verwees? Europa roept de lidstaten op om ‘terroristische zelfstudie’ te criminaliseren, volgens de federale procureur zit de lacune vooral daar.

Commissievoorzitter Patrick Dewael (Open VLD) meent dat de twee te verzoenen zijn. ‘Bij de beoordeling of er al dan niet sprake is van zelftraining, kan het raadplegen van zulke websites uiteraard een element vormen.’ Of nog: het bezoeken van jihadistische websites is wél verboden als achteraf blijkt dat het met het oog op zelfeducatie was.

Die tussenoplossing zal deel uitmaken van de aanbevelingen en conclusies in het rapport over ‘radicalisme’, het laatste luik waar de commissie momenteel de laatste hand aan legt.