De Europese banken doorstaan de nieuwste halfjaarlijkse stresstest goed. De meeste banken hebben voldoende kapitaal. Enkel inzake één liquiditeitsparameter moeten 12,5 procent van de banken nog beter doen.

In de EBA-test zaten 164 banken waarvan 45 grote internationale banken en 119 middelgrote spelers of grote spelers die niet internationaal actief zijn. De EBA-test peilt zowel naar kapitaal als naar liquiditeit en dit vanuit verschillende definities. De gebruikte data zijn deze per eindejaar 2016.

De kapitaalbuffer geeft aan in welke mate een bank in staat is om verliezen te absorberen. Liquiditeit maakt duidelijk hoe snel een bank in de problemen komt als er teveel partijen hun geld opvragen of als de bank geen financieringsbronnen meer vindt in de markt.

Inzake kapitaal variëren de tekorten van 1,7 miljard tot 5,1 miljard euro bij een volledige implementatie van de Basel III-normen. De 45 grote banken leggen een CET1 ratio voor van 13,2 procent terwijl dat voor de middelgrote groep 14 procent is.

De leverage ratio moet minimaal 3 zijn om erover te waken dat een bank niet teveel schulden heeft tegenover het eigen kapitaal. Uit de test blijkt dat de banken samen nu 5 procent halen wat iets beter is dan de 4,7 procent uit de halfjaarlijkse test met cijfers van 30 juni 2016. Opnieuw zijn de middelgrote (en grote lokale) spelers iets sterker dan de internationale banken.

De liquiditeitsparameter (LCR) is geen probleem voor 99,2 procent van de banken. De liquiditeitsbuffer van de banken verbetert gestaag, blijkt uit het rapport. Een andere liquiditeitsparameter, de NSFR (net stable funding ratio), die iets zegt over de stabiliteit van de funding, is nog een probleem. Maar liefst 12,5 procent van de banken voldoen niet aan de Basel III-normen. Toch spreekt EBA over een gestage verbetering. Deze parameter stond per 30 juni op 107,8% en komt op basis van de balansen per 31 december uit op 112 procent.