Deep in the Woods: De babysit? Die is inbegrepen
Foto: Wouter Van Vaerenbergh

Een goede duizend man drie dagen lang samen diep in de Ardense bossen. Een hoogteparcours en waterspelletjes voor de kinderen, een babysitdienst en een buitensauna voor hun ouders. Dat is Deep in the Woods. O ja, en ook nog Mauro en Amenra.

‘Zijn de varkens uitverkocht?’ ‘Ja, maar er is een varkenruilgroep. Zet uw naam gerust op de lijst.’ Het is zaterdagmiddag halfeen en we staan in een stal in een bos. De varkens waarvan sprake hangen te braden aan het spit. Wie vanavond geen pasta of wrap wil, moet hopen op een goede ziel die een portie te veel gereserveerd heeft en wil ruilen. Wat meer is: we kunnen ons perfect inbeelden dat mensen dat hier nog dóén ook.

Zo vroeg op de dag lijkt Deep in the Woods, tegen de Franse grens in de Ardennen, meer op een uit de hand gelopen familiefeest dan op een festival. Een staldeur verder is de bar, in de garage schenken ze cava en gin-tonic. En o ja: het podium staat achter de boerderij.

Het was een gat in de nacht toen we vrijdagavond aankwamen. ‘Van de gazet? Rij maar op de parking.’ Niks geen accreditaties, all areas-polsbandjes of veiligheidscontroles. We fietsen naar het terrein door velden en bossen, het licht van de kaarsen langs de weg volgend. In de slaapzalen en comfortkamers van het vakantiedomein Massembre liggen kinderen vredig te ronken – dit moet het enige festival zijn met een babysitdienst. We rijden er voorbij en dalen af naar het podium bij de beek, waar Curtis Harding de volhouders warm houdt met zijn gloedvolle soul. Met hooguit tweehonderd moeten ze zijn, de muziekfans die de gietende regen trotseren.

Wildebras

‘Bah, regen, zeggen ouders als ze hier aankomen’, vertelt organisator Hendrik De Rycker terwijl we dieper het bos in wandelen langs een modderpad verlicht met peertjesslingers. ‘En hun kinderen: yes, een bos! Modder! Een vijver!’ We komen aan bij L’Etang, een machtige plek tussen metershoge dennen. Onder de treurwilg op het eilandje draait de dj plaatjes, bij de geïmproviseerde bar op de oever zullen mensen tot halfvijf staan dansen alsof ze denken: ‘Yes, een bos! Modder! Een vijver!’

Natuurlijk vinden we de weg naar onze slaapplek niet meer terug in het pikkedonker. Gelukkig kunnen we de weg vragen aan een passant. Maar dat is … ‘Mauro! Wat jammer dat we je concert gemist hebben vanavond.’ ‘Da’s niks, man, je zult me nog genoeg te zien krijgen.’ Altijd vriendelijk, en hij stuurt ons nog de goede kant op ook.

De volgende dag wordt pas echt duidelijk hoe paradijselijk het hier is. Regen of niet, in het bos zien we volwassenen met wel heel weinig om het lijf – en nog minder complexen. Oké, enkel in de buurt van de sauna, dat wel. De kinderen plonzen zediger tussen hangbruggen en reuzenfontein, maar niet minder enthousiast. Verderop bungelen ze aan touwen hoog in de bomen.

‘Milo, niet dieper in de beek dan je laarzen hoog zijn, hé!’ Alsof Milo zich laat tegenhouden door een waarschuwing van zijn pa. De grote mensen van Wildebras, die de activiteit dammen bouwen begeleiden, geven niet bepaald het voorbeeld dat Milo’s pa in gedachten had.

Horror

Zou het aan die net iets te verantwoordelijke, en ook wel verantwoorde, ouders liggen, dat de sfeer voor het podium nooit echt losbarst? Ligt het aan de regenbuien, ook al is het meestal droog en zelfs zonnig, dat de muzikanten hun publiek nooit helemaal meekrijgen? Of is de programmering te vrijblijvend?

Deep in the Woods houdt het bewust klein met hooguit 1300 bezoekers, kinderen inbegrepen, op een domein en campingterreintje waar iedereen ruimte zat heeft. Met hun zeven edities draaiden ze soms verlies, soms break-even, een enkele keer winst. Dan moet je inzetten op veelbelovende maar beginnende namen als de Brit Will Samson en de Amerikaanse Waxahatchee.

De artist in residence, dit jaar Mauro, kan hier een paar dagen in alle rust werken aan nieuw materiaal en geeft een concert in ruil. Veel artiesten komen omdat ze dat graag doen: de rijk gearrangeerde songs van Chantal Acda klonken extra intiem toen iedereen vlak bij het podium ging schuilen. Colin Van Eeckhout, vorig jaar solo op het eilandje, wou zelf terugkomen met zijn band Amenra. Bij die intense, akoestische trip door een woud van donkere gedachten kregen we het gevoel dat er echt iets gebéúrde op het podium. Evenveel volk schudde de heupen los bij Témé Tan, de getalenteerde Brusselaar die zulke aanstekelijke pop uit zijn loopstation toverde dat we reikhalzend uitkijken naar zijn debuut op 6 oktober.

Maar de nochtans uitstekende Amerikaanse singer-songwriter Laura Gibson stond daar wat verloren op haar eilandje, terwijl moeders met hun kroost lagen te soezen in het stro op de eerste rij. Dan was het publiek voor de seventieshorrorfilm Suspiria, op een helling in het bos, aandachtiger. Maar hé, Deep in the Woods gaat om de totaalbeleving. En hoeveel méér middelen andere festivals daar ook voor in de strijd gooien, dat ze hier maar eens komen kijken hoe het hoort.