Zoektocht berging kernafval herbegint
Het ondergrondse lab in Dessel, zo’n 200 meter diep in de Boomse kleilaag, waar al bijna veertig jaar onderzoek wordt gevoerd. Foto: Jimmy Kets
Wordt het hoogradioactieve kernafval dan toch niet in weinig verharde klei opgeslagen? De nieuwe topman van de Belgische kernafvalbeheerder overweegt een bijsturing. ‘Het valt niet uit te sluiten dat de rekening daardoor veel hoger zal zijn.’

Marc Demarche, de nieuwe topman van de Belgische kernafvalbeheerder Niras, is er voorstander van om de beste keuze voor de opslag van hoogradioactief kernafval bij te sturen. De Nationale Instelling voor Radioactief Afval en verrijkte Splijtstoffen liet na jaren onderzoek in de herfst van 2016 aan de regering weten dat  ‘geologische berging in weinig verharde klei’ volgens haar de beste keuze was om het gevaarlijkste kernafval – vooral afkomstig uit de kerncentrales – definitief te bergen. Maar Demarche stelt nu voor om als eerste stap weliswaar te blijven opteren voor geolo­gische of ondergrondse berging, maar in het midden te laten welke grondlaag daarvoor het meest geschikt is.

Dat de voorkeur voor berging in klei wordt geschrapt, doet de vraag rijzen of de huidige financiering voor de langetermijnopslag wel volstaat. Momenteel leggen de kernenergie-exploitanten in ons land – in de eerste plaats Electrabel – provisies aan om deze toekomstige rekening te betalen. De teller staat momenteel op 8 miljard euro. ‘Wordt de optie van berging in weinig verharde klei geschrapt, dan moet het rekenwerk grondig herbekeken worden’, geeft Demarche toe. Waarom hij dan toch die mogelijkheid loslaat? ‘Ik wil de impasse waarin het kernafvaldossier zich sinds bijna een jaar bevindt doorbreken.’

De tijd dringt

Niras vroeg de regering-Michel in de herfst van vorig jaar groen licht om het hoogradioactieve afval in de toekomst geologisch te bergen in een weinig verharde kleilaag. De instelling baseerde zich daarvoor op bijna veertig jaar onderzoek in een ondergronds lab dat zich in Dessel bevindt, zo’n 200 meter diep in de Boomse kleilaag.

Maar voogdijministers Kris Peeters (CD&V) en Marie Christine Marghem (MR) maakten de Belgische kernafvalbeheerder in de lente duidelijk dat dit voorstel te verregaand is. Daarbij voelden ze zich gesterkt door het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (Fanc), dat een vrij kritisch advies afleverde over het bergingsplan.

 Demarche erkent dat Niras te voortvarend is geweest. ‘Het zou niet verstandig zijn om vast te houden aan een voorstel waarvoor geen draagvlak bestaat.’ Hij wil de regering nu vragen of ze akkoord kan gaan met geologische berging en in het midden te laten welke grondlaag het best geschikt is. 

De koerswijziging komt er nu voor Peeters en Marghem de tijd begint te dringen. De regering-Michel stevent immers af op een deadline. In het ­regeerakkoord staat dat er voor het eind van de regeerperiode in 2019 beslist zal worden hoe de opslag van het gevaarlijkste kernafval het best gebeurt.

Let op, belastingbetaler

Het huidige prijskaartje is gebaseerd op een kostenraming die uitgaat van een geologische berging in een weinig verharde kleilaag op een diepte van 200 meter. Als die denkpiste sneuvelt, moet er rekening worden gehouden met scenario’s waarin het hoogradioactieve afval veel dieper opgeslagen moet worden. Wordt het 400 meter, dan kost zo’n berging meteen 50 procent meer, schat Niras-topman Demarche. Zo’n ondergrondse berging is een netwerk van onderaardse galerijen met een totale lengte van minstens 25 km. Die bouwen op een diepte van 200 meter schat Niras op 3,2 miljard euro.

Voor de belastingbetaler wordt het in elk geval opletten. Electrabel is vandaag wettelijk verplicht voldoende geld opzij te zetten voor de berging en het beheer van het kernafval. Hoeveel? Dat blijkt driejaarlijks uit rekenwerk van Niras en een groep ­financiële experts verzameld in de zogenaamde Commissie Nucleaire Voorzieningen. De regelgeving bepaalt ook dat de uitbaters van de kerncentrales niet meer aangesproken kunnen worden, als de installaties niet meer operationeel zijn. Aangezien de kernuitstap momenteel gepland is voor 2025, betekent dat dat er nog slechts acht jaar rest om de rekening van de langetermijn­berging te doen kloppen. De belastingbetaler riskeert mee te moeten betalen, als na 2025 blijkt dat definitieve berging van het hoogradioactief kernafval veel meer kost.

Het zal bovendien nog enkele decennia duren voor die nucleaire provisies aangesproken moeten worden. Want de bouw van een definitieve bergingssite is nog niet voor morgen. Marc Demarche gaat ervan uit dat de eerste spade ten vroegste tussen 2040 en 2050 in de grond kan gaan.

Uitstel drijft kosten op

De topman van Niras hoopt niettemin dat de regering snel groen licht geeft voor geologische berging. Bijkomend argument: ‘Zo’n beslissing blijven uitstellen, drijft de kosten van de opslag van het kernafval alleen maar op. Het leidt de volgende decennia onvermijdelijk tot extra uitgaven voor de bouw van voorlopige stockages van het radioactief afval, omdat de definitieve berging er nog niet is’.

Minister van Energie Marie-Christine Marghem, houdt het kort en bondig. ‘Het enige wat ik kan zeggen, is dat de gesprekken met Niras tot nu toe constructief verlopen.’