‘Je voert uit. Je werkt patiënten af. En je denkt: wat is de zin hier nog van?’
Foto: Rhonald Blommestijn
Het is snijden, naaien, cashen en weer doorgaan in de mensverwerkende fabrieken die onze ziekenhuizen geworden zijn. En dat eist slachtoffers. Bij de dokters – ‘Het licht gaat uit in stappen’ – en bij de patiënten. ‘Elk jaar sterven wereldwijd 400.000 mensen door medische fouten. Dat zijn elke dag twee jumbojets die uit de lucht vallen.’

dS Weekblad laat zijn licht schijnen op de Vlaamse ziekenhuizen, die steeds meer fabrieken worden. Zaterdag leest u het het hele verhaal, hieronder leest u alvast een voorproefje.

‘Ik zou niet in het vliegtuig stappen.’ Michel Bafort, diensthoofd gynaecologie in het AZ Alma in Eeklo, kijkt me geamuseerd aan. ‘Mocht ik weten dat de piloot de nacht voordien ook al heeft gevlogen? Ik stap niet in.’ Hij laat een welgemikte pauze vallen. ‘Patiënten doen dat wel. Ze leggen hun lichaam en leven in handen van artsen die uitgeput zijn na urenlang werken.’

Onze geneeskunde is wereldtop. Patiënten worden op hun wenken bediend zonder dat het hen een rib uit hun lijf kost. Dat heeft een keerzijde: onze ziekenhuizen zijn fabrieken geworden, waar elke cent telt. De machine moet draaien, verpleegkundigen moeten renderen. Operatiezalen worden overboekt – liever te veel op de planning dan te weinig. Een zaal met dure apparatuur die leegstaat, is een financiële ramp.
In die industriële logica gaat het efficiëntiedenken voor alles, getuigen specialisten. Een Limburgse orthopedist: ‘We opereren met de blik op de klok. Alles wordt gechronometreerd. 90 minuten voor een heup, 85 voor een knie. Loop je uit, dan raakt de planning in de knoei.’ Een Brusselse anesthesiste: ‘De druk om binnen die grenzen te blijven, is groot. Chirurgen worden daarop aangesproken: jij doet maar vier ingrepen in een voormiddag, je collega doet er acht. Het is op het onmenselijke af.’

De heilige accreditering

In die strakke planning loopt iedereen op de toppen van zijn tenen. In operatiekwartieren is de spanning vaak te snijden. Wanneer patiënten van zaal moeten wisselen of niet snel genoeg worden aan- en afgevoerd, gaan kostbare minuten verloren. Komen er spoedoperaties tussen, dan slaat de vlam in de pan. ‘Je krijgt discussies tussen chirurgen’, beaamt de hoofdgeneesheer van een West-Vlaams ziekenhuis. ‘Wie mag eerst? Of tussen chirurgen, anesthesisten en hoofdverpleegkundigen: doen we de patiënt nog in slaap, of wordt de zaal gesloten omdat de shift erop zit, en laten we de patiënt morgen terugkomen?’

Hoe dat potje tot een kookpunt komt, schetst de Belgische filmmaker Jérôme Le Maire treffend in de aangrijpende documentaire Burning Out, die dinsdag in de Vlaamse zalen komt. De Luikenaar liep twee jaar mee in het operatiekwartier van Saint-Louis, een van de grootste ziekenhuizen in Parijs. Het schema staat er strak: veertien zalen, zestig tot tachtig ingrepen per dag. Maar de medewerkers bezwijken onder de organisatie van het werk. Stress en burn-out verzieken de sfeer.

Ook bij ons voelen de ziekenhuisspecialisten zich radertjes in een machine. Procedures volgen, checklisten afvinken, accreditaties halen – het werk is zo in formats gegoten dat het menselijke tussen de vingers glipt. ‘We moeten niet alleen goede geneeskunde leveren, maar dat ook minutieus rapporteren, om te bewíjzen dat we goed bezig zijn’, verzucht een anesthesist uit een Oost-Vlaams ziekenhuis. Met de jaren zag hij de papiermolen toenemen. ‘Het staat haaks op het streven om de snelheid op te drijven.’

Zaterdag getuigen verschillende artsen - schoorvoetend - in dS Weekblad dat er een probleem is. ‘Als je 24 uur gewerkt hebt en je doet de volgende dag gewoon door, kun je dan fit zijn? Nee toch?’