Stadsscholen hebben moeite met meertalig onderwijs
themabeeld Foto: blg
Grootstedelijke scholen vinden het moeilijker dan plattelandsscholen om meertalig onderwijs (CLIL) aan te bieden. Ze hebben andere prioriteiten, onvoldoende materiaal en vaker leerkrachten zonder het juiste diploma.

De lessen aardrijkskunde gebeuren er in het Frans, de vijfde- en zesdejaars krijgen er chemie in het Engels. Op het Meertalig Atheneum in Sint-Pieters-Woluwe kiezen ze volop voor CLIL, waarbij niet-taalvakken  in het Frans, Engels of het Duits gegeven worden. Toch is de school daarmee een uitzondering in Brussel.

Dat blijkt toch uit onderzoek van de VUB-professoren Esli Struys en Jill Surmont. Ze hebben de profielen van secundaire scholen met en zonder meertalig onderwijs naast elkaar gelegd. Wat bleek: scholen met meer kansrijke leerlingen varen vaker onder de meertalige CLIL-vlag – voluit Content and Language Integrated Learning.

Regionaal zijn er grote verschillen. Slechts twee scholen van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel zijn bezig met CLIL, terwijl er dat in West-Vlaanderen 42 zijn. In totaal bieden 126 scholen in Vlaanderen CLIL aan.

‘Het zijn niet zozeer de grote steden zoals Brussel of Antwerpen en Gent met veel meertalige scholieren die meertalig onderwijs aanbieden, maar veeleer de andere regio’s’, zegt professor Struys.

Dat vindt hij een spijtige zaak. ‘CLIL is een succesverhaal, blijkt uit diverse onderzoeken. Voor het inoefenen van de taal zelf uiteraard, maar leerkrachten gaan ook meer activerend lesgeven. Daardoor gaat de kennis over het vak zelf – zoals aardrijkskunde – er ook op vooruit. Leerlingen voelen zich bovendien meer uitgedaagd.’

BBC-Engels

Dat scholen met meer kansarme leerlingen minder vaak voor meertalig onderwijs kiezen, wijt de professor onder meer aan ­‘andere prioriteiten’. Bijvoorbeeld omdat de zorgnoden op dergelijke scholen veel groter zijn. 
‘De financiële middelen zijn ook niet altijd beschikbaar en niet al het lesmateriaal is even goed aangepast aan les krijgen in een andere taal.’

Nog een moeilijk punt: het diploma van de leerkrachten. Om een vak te geven in een andere taal moeten ze het taalniveau C1 halen, wat niet al te ver onder het niveau van de moedertaal ligt. Directeur Helena Van Driessche van het Meertalig Atheneum: ‘Dat is echt heel hoog. Misschien zelfs te hoog. Ik denk dat het belangrijk is dat de leerkrachten de taal goed spreken en het vakjargon kennen, maar dat hoeft geen BBC-Oxford-Engels te zijn voor ons.’

Professor Struys stipt dat inderdaad aan als een barrière. ‘Terwijl in andere landen je als leerkracht al in een andere taal op ­B2-niveau mag lesgeven, zolang je drie jaar later maar op het niveau van C1 zit.’

Op de school van Van Driessche in Sint-Pieters-Woluwe lopen veel nationaliteiten rond. ‘Meertalig onderwijs sluit aan bij de Brusselse leefwereld, maar het is ook handig voor later om makkelijk te kunnen switchen tussen Nederlands, Engels en Frans. Sommige van onze leerlingen studeren bijvoorbeeld verder aan de VUB, waar ze papers in het Engels moeten schrijven.’

Communautaire context

‘De leerlingen appreciëren het ook, ons meertalig onderwijs, en zullen zich daardoor zelf ook meer inzetten om hun Nederlands te verbeteren. Maar gezien de communautaire context in Brussel ligt meertalig onderwijs niet overal even voor de hand.’
Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) laat weten dat ze CLIL op een ‘doordachte en duurzame manier’ verder wil uitbouwen. Niet alleen in het aso en tso, maar ook in het bso.’

Ze wijst er nog op dat een niet-taalvak in een andere taal leren het zelfvertrouwen en de spreekdurf van een leerling versterkt, en dat het ook de concentratie en de motivatie doet toenemen.