Rijke ouders, hoge punten
Foto: An Nelissen
Hoe voller de portefeuille van papa en mama, hoe beter het schoolrapport. Zelfs anno 2017 blijft Vlaanderen een kampioen in ongelijkheid op school.

Anno 2017 bepaalt de sociaaleconomische afkomst van een leerling nog steeds in belangrijke mate de studieresultaten. Een leerling van betere komaf - lees: hogeropgeleide ouders met de nodige financiële middelen - scoort systematisch beter op  leesvaardigheid, wiskunde en wetenschap. Dat blijkt uit een analyse van de Pisa-resultaten door de professoren Kristof De Witte (KU Leuven) en Jean Hindriks (UCL). 


De 10 procent leerlingen van vijftien jaar oud met de hoogste socio-economische achtergrond heeft 79 procent kans om in een aso-school te zitten. Voor de 10 procent leerlingen met de zwakste socio-economische achtergrond is dat maar 22 procent. Bij zittenblijven is hetzelfde mechanisme aan het werk: slechts 8 procent van de ‘rijkste’ leerlingen heeft al een jaar overgedaan. Bij de ‘armste’ leerlingen is dat 45 procent.

Vlaanderen is qua ongelijkheid een van de  slechtste leerlingen van de internationale klas.  Anders gesteld: haast nergens is afkomst zo’n goede voorspeller voor de schoolresultaten als in ons land.
Dat moet ons zorgen baren, zeggen de onderzoekers, die hun bevindingen in een Itinera-boek gebundeld hebben. ‘Het is niet verwonderlijk dat sommige leerlingen ontmoedigd afhaken’, zegt Hindriks. ‘Ze verliezen hun geloof in het systeem omdat ze vaststellen dat achtergestelde leerlingen het slechter doen.’

Deze studie is niet het enige alarmsignaal. Ook professor Sociologie Dirk Jacobs (ULB) komt tot een gelijkaardige conclusie in een gisteren gepubliceerd onderzoek. ‘De resultaten jagen me schrik aan. Ons onderwijs vervult zijn rol als sociale lift niet’, zegt hij. Dat geldt a fortiori  voor kinderen met een migratieachtergrond. 
‘Leerlingen zijn vaak tweemaal het slachtoffer: niet enkel om hun sociaaleconomische en etnische achtergrond, maar ook vanwege de school waar ze les volgen’, meldt Jacobs nog.

Tussen 2012 en 2015 is de ongelijkheid een beetje gedaald, maar het blijft hoog. ‘En dat ondanks de enorme extra inzet van middelen’, zegt Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V). ‘De kloof verkleinen is een werk van lange adem. Zonder wondermiddel. Maar de participatie van ouders, de goede beheersing van het Nederlands en scholen met de nodige ervaring kunnen het verschil maken.’

Hindriks en De Witte bepleiten ook een beperking van de schoolkeuze, als het moet. ‘Natuurlijk vinden ouders dat niet leuk, maar het draait niet alleen om hun keuze’, zegt Hindriks. ‘Het betekent ook niet dat ouders geen preferenties meer mogen hebben. Een gereguleerde schoolkeuze probeert de ouderlijke voorkeuren te verzoenen met grotere kansengelijkheid.’
Het Gemeenschapsonderwijs heeft de grootste sociale mix, maar gaat ook prat op de grootste sociale mobiliteit te hebben.  ‘Wij bewijzen het gelijk van beide onderzoeken. Dit is een keerzijde van de vrijheid van onderwijs: het laat ruimte voor segregatie. We zijn voorstanders van een inschrijvingsbeleid dat een sociale mix waarborgt. We geloven dat je er niet beter van wordt om met de kloon van jezelf in de klas te zitten.’