Leger gaat uit van 'straatbewaking' tot minstens 2020
Foto: Dieter Telemans

De legertop verwacht niet dat de militairen de komende jaren uit het straatbeeld verdwijnen. Daarom worden de werking en de trainingen omgegooid.

Er is in het leger een stevige mentaliteitswijziging aan de gang. Niemand verwacht er nog dat het dreigingsniveau snel naar beneden zal gaan. In de defensieplanning wordt er nu al rekening mee gehouden dat ‘Operatie Homeland’ of ‘Vigilant Guardian’ zeker tot 2020 zal lopen. Defensie neemt nu maatregelen om dat voor de militairen doenbaar te houden.

Zo wordt er gewied in de trainingsschema’s. Grote oefeningen waar meerdere eenheden bij betrokken zijn, worden tegen het licht gehouden en skills die de militairen niet onmiddellijk nodig hebben bij hun patrouilles in de straat, worden minder of voorlopig zelfs niet meer getraind. Schieten vanop een voertuig bijvoorbeeld, of een grote aanval met 500 man tegelijk. ‘We moeten hier en daar op de rem gaan staan om te voorkomen dat bij onze mensen alle metertjes in het rood gaan’, luidt het op de defensiestaf.

Groen licht

‘We hebben twee grote bevragingen gedaan bij het personeel en daar bleek vooral dat de psychosociale belasting heel hoog was’, zegt generaal-majoor Marc Thys. Hij is de drijvende kracht achter de nieuwe aanpak. ‘We moeten klaar en getraind zijn voor al onze opdrachten’, zegt Thys. ‘Maar onze grootste uitdaging, dat zijn onze mensen. Gemiddeld staan zij nu zes maanden op straat. We mikken op een derde minder.’

De Nationale Veiligheidsraad en de regering gaven vlak voor 21 juli groen licht. De nieuwe maatregelen werden deze zomer uitgewerkt. Vanaf half september, begin oktober zouden ze in werking treden.

Behalve de rem op de grote, complexe trainingen, gaat het dan onder meer om Thys’ eerdere voorstel, om de militairen veel meer te laten patrouilleren in plaats van statisch gebouwen te bewaken.

Te lang weg van huis

De vakbonden en zelfs de legerleiding klagen al langer over de grote druk die ‘Operatie Homeland’ legt. Militairen die eraan deelnemen, zijn drie tot vier weken per keer van huis. Ze overnachten in kazernes. Als ze daarna terug bij hun eenheid komen, wachten er andere opdrachten en trainingen die moeten worden ingehaald, waardoor ze vaak weer weg zijn, alvorens opnieuw enkele weken bewaking op straat te doen. Voor veel gezinnen wordt dat onleefbaar.

Oplossingen zitten soms in kleine ingrepen. ‘Als oefeningen meerdere dagen lopen en ook een weekend overspannen, gaan we kijken of die niet op vrijdag kunnen eindigen, zodat onze mensen het weekend thuis kunnen doorbrengen’, is te horen op de staf. ‘Dat is wennen, we zijn gewoon van uit elke minuut het maximum te persen, maar we moeten sommigen echt tegen zichzelf beschermen.’

Vrijdag werden nog drie militairen aangevallen door een Somalische man met een mes. IS eiste de aanslag op. De militairen schoten de man dood. Op de basistraining die dat soort handelen tot automatismen maakt, wordt uiteraard niet beknot, wordt benadrukt.