Mumford & Sons: Confetti aan het kampvuur
Foto: Koen Bauters

‘Het saaiste concert aan de Main Stage’, baande een teleurgestelde fan zich door de massa, weg van het podium. Een genietend stelletje keek hem verbouwereerd aan. ‘Was dat niet George Ezra?’ Ach, Mumford & Sons deed waar het voor gekomen was: de grootste kampvuursing-along van het weekend op poten zetten.

Eentje met confetti en vuurwerk, om zijn plek hoog op de affiche kracht bij te zetten, dat spreekt. Er daar paste een stadionbrede Killers-sound bij, die de Britten zich met hun laatste plaat hebben aangemeten in zijn race naar headlinerstatus. ‘Snake eyes’ gooide meteen galmende gitaren in de strijd, zoemende synths maakten de sound nog ruimer.

Het nieuwe ‘Blind leading the blind’, een song over niet meer bang willen zijn, zocht zich een weg daartussenin: banjo’s én grootse gitaren, en een stel ruisende synths dat aan The War On Drugs deed denken, maar dan met een amfetaminetablet te veel op. Dan balanceerde ‘Tompkins Square Park’ sierlijker op de dunne lijn tussen gloedvol en bombast.

De groep zoekt een sound die bij zijn headlinerstatus pas, maar kan zich maar moeilijk losmaken van zijn trademark sound: akoestische gitaren, contrabassen en banjo’s. Die waren er volop en zorgden voor onvervalste volksfeesten tijdens ‘Little lion man’, vroeg in de set, ‘Ghosts’ en ‘Lover of the light’. ‘Awake’, dat ze zongen met de meiden van First Aid Kit, deed de wei in mooie countryfolkharmonieën baden. En ‘The cave’ kreeg extra warmte van een stel blazers mee.

Marcus Mumford bedankte met een paar ‘dankuwels’, ging tijdens ‘Ditmas’ als een volleerde Springsteen de fans groeten op de eerste rijen en opperde dat hij nergens anders liever wilde zijn dan hier, ‘want jullie zijn familie’. Fans drukten zich tegen elkaar en zongen uit volle borst het met blazers gepimpte ‘I will wait’ mee.

Een mooie, gloedvolle afsluiter, maar zullen we hem ons volgend jaar nog herinneren?

Gezien op Pukkelpop op 19 augustus 2017