Bear’s Den: Déjà vu
Foto: Koen Bauters

Eerlijk: die tikketietokkelliedjes, wordt u die nooit beu? Die baardige beertjes van Bear’s Den zijn heel aardige jongens, en de zanger Andrew Davie wekt, aan de bordjes te zien, zelfs de lust van veel aanwezige vrouwen op, maar wij hebben die banjoliedjes (beschikbaar in de smaken ‘gekwetste treurzang’ en ‘positieve mars’) al snel genoeg gehoord.

Het was fijn dat ‘Elysium’ hoopvolle blazers kreeg, van het soort dat u op begrafenissen wel eens hoort. En gepast, want die song gaat over hoop op een betere plek. De scherende toetsen in ‘Auld wives’ trokken de sfeer ook wat open. ‘Pompeii’, aan het eind van het concert, was misschien wel het meest doorsnee, maar kreeg ook het slot met de meeste grandeur dankzij twee trompetten.

Kevin Jones speelde tegelijk basdrum en trompet en ja, daar heb ik wel degelijk respect voor. Maar onmiddellijk na zo’n fris moment volgde elke keer weer een kampvuursong met een vaag positieve tekst. In de songs van Davie worden zoveel oceanen overgezwommen en dauw op de wijnranken genegeerd, dat je ook daar een zwaar gevoel van déjà vu aan overhoudt.

Ze waren nerveus, zei Davie, omdat dit een van de grootste menigten was waar ze al voor hadden gespeeld; zou hij er ook aan gedacht hebben dat Mumford and Sons een paar uur later op dezelfde plek stond, en dat de vergelijking niet in het voordeel van Bear’s Den zou uitvallen?

Gezien op Pukkelpop op 19 augustus 2017