Afghan Whigs: Met bescherming van boven
Foto: Geert Van de Velde

‘Als je niet meeklapt, gaat het regenen’, zei Greg Dulli laconiek, dus we klapten. Even later regende het toch, net toen hij vertelde dat de Whigs hier vijf jaar geleden nog speelden met hun gitarist Dave Rosser.

Die smalle zeikerd met zijn zeis heeft Rosser een paar maanden geleden meegenomen - in Dulli’s woorden: ‘He’s gone to a better place.’ Maar hij keek nog altijd naar de concerten, vanuit die plek. Net dan brak de zon door.

‘Hello Dave’, zei Dulli, alsof Rosser de regen elke dag stopt. ‘Jullie kunnen die paraplu’s nu wel wegbergen. Dit was een van zijn lievelingssongs.’ En hij zette ‘Can rova’ in, terwijl je ons kippenvel kon horen de kop opsteken. Vroeger was Greg Dulli een jonge god, tegenwoordig dus gewoon god, ondanks die listige vermomming (alweer een nieuwe kin bij, plus een zonnebril van een model dat alleen rijke oude wijven dragen).

Verder was de set van Afghan Whigs uniek omdat er opeens twee blazers het podium opliepen voor ‘Toy automatic’ en later voor ‘Demon in profile’: Dulli had de blazers van Mumford and Sons vandaag ontmoet, en ze hadden dan maar een paar songs gerepeteerd in de kleedkamers.

Voor de rest was het wat je van de Whigs kunt verwachten: de korzeligste gitaren, maar ook de beste dynamiek - als Rick T. Nelson een viool bovenhaalde, hoorde je die ook. Dulli zingt nog altijd de zoetste ‘oehs’ ten westen van Motown (in ‘Oriole’), maar ook de desolaatste schreeuw (in ‘John the Baptist’), en schrijft nog altijd geilste / wrangste teksten over mannen en vrouwen. Het is rock voor volwassenen, en het was zelfs zonder goddelijke tussenkomst erg mooi.

Gezien op Pukkelpop op 19 augustus 2017