Tripje Down Under, iemand? D.D Dumbo haalde alles uit de kast om ervoor te zorgen dat wij ons een uur lang in de bush waanden - hij had zelfs een windorgel bij. (Mocht u dat niet kennen: zó noem je dus die tros van vrolijk rinkelende metalen staafjes die bij de buren op het terras hangt.)

De Australische multi-instrumentalist Oliver Perry dompelde de Club onder in een zomers sfeertje met zijn zoete maar stevige cocktail van Afrikaans getinte gitaarlijntjes, opzwepende percussie en exotische junglegeluiden (waaronder dus dat windorgel). Perry werd bijgestaan door een dame die het ene na het andere blaasinstrument bleek te beheersen: na de blokfluit haalde ze achtereenvolgens de klarinet en de basklarinet boven. Zelf deed hij onverstoorbaar zijn eigenzinnige ding met gitaar, trompet, stem en looppedaal. Niks moeilijk aan, zo leek het wel. Met schijnbaar gemak reeg D.D Dumbo de catchy ritmes aan elkaar. Het klonk lekker zwoel en zinderend. En al was het soms moeilijk om de ene van de andere song te onderscheiden, het geheel klopte als een bus en het deed afwisselend denken aan Paul Simon, blues uit de Mississippi-delta en eightiespop. Dat soort van cocktails gaat er bij ons altijd goed in.

Gezien op Pukkelpop op 19/08/2017