Stuff. Drummen als een dribbelaar
Foto: Koen Bauters

‘Ik haat jazz/ dat zijn niet eens liedjes, maar gewoon gezeik’, verwoordt de satirische metalband Fleddy Melculy de gevoelens van een aanzienlijk deel van de bevolking in het voor zichzelf sprekende nummer ‘Ik haat jazz’. Wel: hij zou eens naar Stuff moeten komen luisteren.

Want het Gents-Antwerpse kwintet is jazz, maar dan vooral qua opzet, met vrijelijk over elkaar buitelende, dialogerende melodieën. Maar verder? In ‘Delta’ hoorden we de bulderende metal van Sepultura, gemengd met Andrew Claes’ elektronische sax. ‘Strata’ had evengoed uit de koker van Nicolas Jaar kunnen komen, die even verderop de Marquee aan het dansen bracht. En ‘Skywalker’, dat hebben we in de jaren 90 nog uit onze Nintendo horen kruipen.

Een kat zou er haar jongen niet meer in terug vinden, maar spilfiguur Lander Gyselinck wel. De drummer kijkt naar de melodielijnen van zijn kompanen als een spits naar het strafschopgebied: speurend naar een opening om zich door te wurmen, in de wetenschap dat als het even krap dreigt te worden, hij zich wel redt met een flukse dribbel.

Bij elk nummer gooide een ander segment van de tent de handen in de lucht, tot Claes het publiek als een manische sater naar extase leidde: tijdens een denderend ‘Axolotl’ danste de Club alsof hun knieën plots binnenstebuiten waren gekeerd en ze daarmee nog moesten leren omgaan.

‘Pukkelpop, we gaan er een feestje van maken’, had Gyselinck vooraf gegrijnsd. En of het dat was.