De Brusselse rapper en zanger Témé Tan is een ‘one man band’ die met een loop station en een drumcomputer beats - eigenlijk behoorlijk subtiele grooves - en harmonieën bijeentovert.

In ‘Le ciel’, dat hij geschreven heeft met Le Motel, vriend van Roméo Elvis, bleek er zelfs een ‘one man choir’ in de glimlachende zanger te zitten, zoveel stemmetjes en personages zong hij bijeen.

zijn stem liet hem tenminste niet in de steek, zoals de elektronica: minstens twee songs moest hij daardoor laten vallen. Bleven een heleboel lekker wiegende of funky dansnummers met frisse elektronische geluiden en soms Afrikaanse kriebelgitaartjes. En exotische filmpjes op het scherm - daar zaten home movies bij die zijn ouders hadden gemaakt van Congolese watervallen.

De Castello was veel te groot en veel te leeg voor Témé Tan, maar dat liet hij net zo min als de technische euvels aan zijn hart komen. Dan greep hij maar een ukelele en speelde iets anders. Zijn onverwoestbaar goede humeur sloeg over op de tent: wie even binnenliep, bleef meestal dansen. In ‘Améthys’, zijn grootste hit over de taalgrens, kreeg hij ons na drie keer aandringen toch zover dat we de ‘na na na’s’ meezongen. En ‘Ca va pas la tête’, met zijn aanstekelijke rumbaritme, stuurde ons met een brede grijns weer op weg.

Gezien op Pukkelpop op 18/08/2017

<img src="https://dsocdn.akamaized.net/Assets/Images_Upload/2017/06/15/ster_4.png">