Statutair of contractueel? Dit zijn de verschillen
Foto: Photo News

Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans (N-VA) heeft de benoeming van 508 statutaire ambtenaren in Gent vernietigd. Dit zijn de belangrijkste verschillen tussen contractuele en statutaire ambtenaren.

Contractuele ambtenaren hebben andere arbeidsvoorwaarden dan hun statutaire collega’s. Ze hebben minder loon, minder pensioen en minder werkzekerheid. Er zijn plannen voor een nieuw, eenvormig, ambtenarenstatuut, maar zover is het nog niet.

De site van de Vlaamse overheid lijst de belangrijkste verschillen op.

1. Minder loon

Contractuelen en statutairen starten met hetzelfde loon. En ze krijgen om de paar jaar dezelfde salarisverhoging. Die is vastgelegd in salarisschalen. Maar na een aantal jaar komen statutaire personeelsleden in een hogere salarisschaal terecht, terwijl de meeste contractuele collega’s altijd in dezelfde, lagere salarisschaal blijven zitten. Ook al krijgen ze dus allebei even vaak een salarisverhoging, toch zal een statutaire ambtenaar op het einde van de rit meer verdienen dan zijn contractuele collega.

2. Minder pensioen

De wettelijke pensioenen voor statutaire ambtenaren zijn heel wat voordeliger dan die voor contractuelen. Dat komt omdat het pensioen voor contractuelen, net als in de privé, wordt berekend op basis van het loon over heel de carrière. Bij statutairen tellen alleen de laatste tien jaar van de carrière – en normaal gezien zijn dat de best betaalde jaren.

3. Minder uitkeringen

Statutairen krijgen tijdens hun ziekte hun volledige loon doorbetaald. Contractuelen vallen echter na een aantal dagen gewaarborgd loon terug op een uitkering van het ziekenfonds. En die is lager: eerst bedraagt de uitkering nog 60% van het loon, later kan dat tot 40% dalen.

Een contractuele bediende valt na dertig dagen terug op het ziekenfonds. Iemand met een arbeiderscontract al na veertien dagen. Hetzelfde geldt voor moederschapsrust en vaderschapsverlof. Statutairen blijven de hele tijd hun volle loon houden, maar contractuelen vallen terug op een uitkering van het ziekenfonds.

4. Minder verlof

Contractuelen en statutairen hebben evenveel vakantiedagen per jaar. Maar voor andere verloven, zoals loopbaanonderbreking of onbetaald verlof, zijn statutaire ambtenaren beter af.

Contractuelen kunnen slechts één jaar onbetaald verlof nemen. Statutairen kunnen tot vijf jaar onbetaald verlof nemen (al zijn vier jaar daarvan een gunst). Gewone loopbaanonderbreking is voor contractuelen altijd een gunst. De baas kan zo’n verzoek dus altijd weigeren. Voor statutairen is loopbaanonderbreking in vele gevallen een recht, en kan de chef het verzoek dus niet weigeren.

Speciale loopbaanonderbrekingen, zoals ouderschapsverlof of palliatief verlof, zijn altijd een recht, zowel voor contractuelen als voor statutairen.

5. Minder werkzekerheid

Vele contractuele collega’s hebben een vervangingscontract, of zijn voor een tijdelijke opdracht aangeworven. Dat betekent dat ze na afloop van hun contract, weer op zoek moeten naar nieuw werk.

Maar ook wie een contract van onbepaalde duur heeft, heeft minder werkzekerheid dan zijn statutaire collega’s. Het is immers makkelijker om een contractueel personeelslid te ontslaan. Net als in de privésector volstaat het om een opzegtermijn of opzegvergoeding te geven. Statutairen daarentegen mogen maar in een beperkt aantal gevallen ontslagen worden, en er gaat een heuse interne procedure aan vooraf.

6. Minder interne mobiliteit

Vroeger hadden contractuele collega’s heel weinig doorgroeimogelijkheden. Dat is intussen grotendeels verholpen. Bevorderingen zijn nu ook voor contractuelen mogelijk, zowel binnen het eigen niveau (bv. hoofdassistent of hoofdmedewerker) als naar een hoger niveau.

Er zijn echter nog andere mogelijkheden om intern van job te veranderen, en die zijn niet altijd toegankelijk voor contractuele collega’s. Zoals herplaatsing. Dat is een manier om een nieuwe of aangepaste functie te zoeken als je je huidige functie niet meer kunt uitoefenen door reorganisaties, of om persoonlijke of medische redenen.

Voor een aantal zaken zijn contractuelen wel beter beschermd. Sommige arbeidsvoorwaarden staan op papier in het arbeidscontract, en die mogen niet zonder uw toestemming gewijzigd worden.

Zo kun je als contractueel niet zomaar naar een andere standplaats overgeplaatst worden, omdat dat een inbreuk is op een bepaling in het contract. Statutairen kunnen in principe wel zonder inspraak naar een andere standplaats overgeheveld worden, want zij hebben geen arbeidscontract.

Bovendien hebben contractuelen meer onderhandelingsmogelijkheden over hun loon. Wie goed kan onderhandelen, kan dus een mooiere deal uit de brand slepen dan bij een statutaire benoeming. In de praktijk zijn het enkel specifieke, hooggekwalificeerde contractuelen die zich zo’n onderhandeling kunnen permitteren.