De Gucht wil debat over euthanasie voor wie levensmoe is
Jean-Jacques De Gucht (Open VLD). Foto: Photo News

Vlaams Parlementslid Jean-Jacques De Gucht (Open VLD) vindt dat de tijd rijp is voor een nieuw debat over het recht op zelfbeschikking.

In de weekendeditie van De Standaard bliezen enkele artsen het debat over euthanasie bij levensmoeë bejaarden zaterdagochtend nieuw leven in. Zij krijgen immers steeds vaker de vraag van hoogbejaarden om hen ‘te helpen’ uit het leven te stappen. ‘Het zou goed zijn mochten we duidelijkere krijtlijnen hebben’, klonk het.

De delicate materie kwam wat meer in de aandacht na het conflict van de Belgische Broeders van Liefde met het Vaticaan, over hun keuze zich niet langer te verzetten tegen euthanasie bij ondraaglijk psychisch lijden in hun zorginstellingen. Tegelijk is ‘voltooid leven’ (begeleid levenseinde wanneer een leven ‘voltooid’ is, red.) bij onze noorderburen een erg belangrijk dossier in de formatiegesprekken. Jean-Jacques De Gucht (Open VLD) wil het nu ook in ons land op de politieke agenda krijgen.

‘Wanneer mensen aangeven dat ze levensmoe zijn, wie zijn wij dan als maatschappij om te zeggen dat ze moeten blijven leven?’ vraagt de liberale senator zich af in Het Laatste Nieuws. ‘Er moet een wankel evenwicht worden gezocht tussen het recht op zelfbeschikking en het risico op misbruik bij een zeer kwetsbare populatie.’ Op termijn wil De Gucht ook naar een wetsvoorstel rond een ‘voltooid leven’, maar daar zijn dan wel ‘objectiveerbare criteria’ voor nodig.

Verschillende stappen

In De ochtend op Radio 1 gaf De Gucht maandag nog toe dat het ‘niet van de ene dag op de andere’ zal lukken om een legale basis te vinden om om te gaan met mensen met mensen die zeggen dat ze er geen zin meer in hebben. ‘Het zal op een goede manier begeleid moeten worden. Is het niet iemand die depressief is? Kan het niet behandeld worden met een goede psychische begeleiding? We gaan daar inderdaad die verschillende stappen in moeten onderscheiden.’

De Gucht zegt evenwel geen voorstander te zijn van de minimumleeftijd van 75 jaar, die in Nederland op tafel ligt. ‘Je moet het van persoon tot persoon bekijken. Ik vind een leeftijd niet noodzakelijk nodig, maar laat ons met de experten rond de tafel zitten.’