Dokters openen debat over euthanasie bij levensmoeë bejaarden
archiefbeeld Foto: blg
Artsen krijgen regelmatig de vraag van hoogbejaarden om hen ‘te helpen’ uit het leven te stappen. Omdat het op is. Zijn we bereid het euthanasiedebat ook hierover te voeren?

Ze is 97. Slecht ter been, ze hoort en ziet amper. Slapen lukt moeilijk. Het eten smaakt niet meer. De incontinentieluier voelt als een vernedering. Ze ligt in het Antwerpse Middelheimziekenhuis, waar dokters haar leven rekken met een zoveelste behandeling. Maar thuis is er niemand die op haar wacht. Het hoeft niet meer.

Hij ontmoette haar vorige week voor een eerste gesprek, vertelt Patrick Wyffels, huisarts en LEIFarts – in die laatste hoedanigheid geeft hij advies bij euthanasievragen. ‘Ze smeekt om te mogen gaan. Ikzelf en twee collega’s gaan nog verschillende gesprekken voeren met haar. Om dan na lang beraad te beslissen of we op haar wens ingaan.’

Zijn we bereid het euthanasiedebat in al zijn consequenties te voeren? Die vraag dringt zich op na het conflict van de Belgische Broeders van Liefde met het Vaticaan, over hun keuze zich niet langer te verzetten tegen euthanasie bij ondraaglijk psychisch lijden in hun zorginstellingen. Wat doen we bij minder evidente euthanasievragen, zoals van ouderen die levensmoe zijn?

Daar zijn we niet mee in het reine, getuigen verschillende artsen. Het gaat over hoogbejaarden die lijden aan vele kwalen en kwaaltjes, die elk afzonderlijk geen grond zijn voor levensbeëindiging, maar samen de levenskwaliteit aantasten. ‘Dat opgestapelde ongemak geeft aanleiding tot psychisch lijden, en tot de existentiële vraag ‘‘wat doe ik hier nog?’’’, zegt dokter Wyffels. ‘We spreken dan over lijden aan het leven zelf. Als arts kun je oordelen dat dit ondraaglijk is, en dus in aanmerking komt voor euthanasie.’
Niet meetbaar

Die ouderen zijn niet terminaal. Hun pijn is niet meetbaar. Wat ‘ondraaglijk’ precies betekent, is een aanvoelen. ‘Die lat ligt voor iedereen anders’, zegt Patrick Simons, huis- en LEIFarts in Halle. ‘Voor iemand die een heel fysiek leven heeft gehad, kan niet meer kunnen lopen de druppel zijn. Voor een erg belezen persoon is niet meer kunnen lezen misschien onoverkomelijk.’

Om die reden zal ook de inschatting van artsen verschillen. Ouderen met vele klachten, die met een batterij pillen en behandelingen op de been gehouden worden, zullen sneller artsen bereid vinden mee te gaan in hun vraag. Aan het andere kant van het continuüm zitten de hoogbejaarden bij wie de vraag vooral existentieel is. ‘Vooral die laatste groep zorgt voor dilemma’s’, zegt Renier Hueting, huis- en LEIFarts in Geraardsbergen. ‘Maar ook daar moeten we het over hebben.’ In Nederland is de kwestie van ‘het voltooide leven’ onderwerp van een hevig emotioneel debat, tot in de formatiegesprekken toe.

Ondertussen haalt de realiteit ons in. Eén op de tien euthanasiedossiers gaat over hoogbejaarden met meerdere kwalen – goed voor ruim 200 dossiers in 2015. Het is de snelst groeiende groep, en na kanker de tweede grond voor actieve levensbeëindiging. ‘We zullen hier vaker mee geconfronteerd worden’, zeggen alle betrokken artsen. ‘Het wordt tijd dat we dit debat uit de taboesfeer halen.’
Huis- en LEIFartsen merken dat woonzorgcentra vaak niet goed weten wat ze met de vraag aan moeten. ‘De reflex is nog vaak: ‘‘Niet hier’’’, zegt dokter Simons. ‘Soms leggen ze extra ethische of palliatieve procedures op, wat eigenlijk niet mag. Artsen worden afgedreigd. Dan krijg je het gevoel dat je moet handelen als een dief in de nacht.’

Niet zelden moeten hoogbejaarden naar een ziekenhuis of terug naar huis worden gebracht, omdat het rusthuis niet wil meewerken. ‘Onmenselijk’, vindt Simons. Al merken de artsen hier en daar een kentering. ‘Er zijn ook instellingen die er op een serene manier mee omgaan’, zegt dokter Hueting. ‘Als iemand elke dag smeekt om te mogen gaan, wordt dat voor de verzorgers zwaar om te dragen.’
Maar ook artsen twijfelen soms. Wanneer is een leven voltooid? En valt de vraag van mensen die weinig kwalen hebben, nog onder de euthanasiewet? ‘Het is een grijze zone’, geeft Renier Hueting toe. ‘Je bent afhankelijk van het oordeel van een psychiater, die existentiële pijn als psychisch lijden moet erkennen. Het zou goed zijn mochten we duidelijkere krijtlijnen hebben.’

Eenzaamheid

De discussie roept ook vragen op over onze verantwoordelijkheid als maatschappij. In welke mate speelt eenzaamheid een rol? En is een spuitje dan wel de oplossing? ‘Het zijn pertinente bedenkingen’, vindt dokter Wyffels. ‘Maar anderzijds: we euthanaseren nooit mensen omdat ze eenzaam zijn, al maakt het vaak onderdeel uit van onze gesprekken. Het lijden wegens het gebrek aan levenskwaliteit is de doorslaggevende factor.’

Er is ook de hypocrisie die we aanhouden tegenover hoogbejaarden. We brengen hen onder in zorginstellingen, ook al knaagt ons geweten. Maar als vader of grootmoeder te kennen geeft dat het leven geen zin meer heeft, schoffelen we die gedachte onder de mat. ‘Familieleden willen hun geliefde hier houden’, zegt Patrick Wyffels. ‘Zoals ook de zorgsector de drang heeft mensen te blijven verzorgen. Daarom gaan we altijd in gesprek. Over hoe graag je iemand moet zien, om respect te hebben voor die ultieme wens.’

‘Mensen gaan bewuster om met het levenseinde, ongeacht hun overtuigingen’, merken de artsen. Wat niet betekent dat we met zijn allen verplicht worden het leven uit te wuiven met een glas champagne in de hand. Een wrang cliché, vindt dokter Wyffels. Al doet het hem wel denken aan een van zijn warmste euthanasie-ervaringen. ‘Een vrouw, in de zestig, jongdement. Haar dochter en haar stokoude moeder waren erbij. Nadat ze was ingeslapen, dronken we een glas champagne. Die had ze zelf voor ons koel gezet. Om het leven te vieren, en de verlossing door de dood. Die verlossing kunnen geven, is dat niet de ultieme vorm van christelijke barmhartigheid?’