Een op de vier Belgen kan zich geen week vakantie veroorloven
Foto: Jimmy Kets

Een op de vier Belgen kan zich geen week vakantie veroorloven. Dat blijkt uit cijfergegevens van het Europese statistiekbureau Eurostat. België doet het daarmee wel beter dan het Europees gemiddelde.

In de 28 lidstaten van de Europese Unie kan een op de drie Europeanen ouder dan zestien jaar zich geen vakantie buitenshuis veroorloven van een week. De Belgen staan op plaats negen, na Nederland, Duitsland en Frankrijk, maar voor Slovenië, het Verenigd Koninkrijk en Tsjechië. Zweden, Luxemburg en Denemarken voeren de ranglijst aan. In die landen kan ongeveer een op de tien geen week op vakantie. In Roemenië, Kroatië, Bulgarije, Griekenland, Cyprus en Hongarije is dat meer dan de helft.

Het goede nieuws is dat het aandeel van de Europese bevolking dat zich geen vakantie kan veroorloven wel gedaald is, van 38,0 procent in 2011 naar 32,9 procent in 2016. Uitzonderingen op die regel zijn Cyprus, Denemarken en Griekenland. In België kan exact 26,4 procent zich geen vakantie veroorloven. In 2010 was dat een half procentpunt meer. De Belgische bevolking nam in deze tijdspanne evenwel ook toe.

Gemiddeld kunnen in Europa gezinnen zonder kinderen (34,6 procent) makkelijker op vakantie dan gezinnen zonder (31,3 procent).