Krotten zijn goud waard
Gemeenten binden de strijd aan tegen verloederde panden. De leegstandtaks blijkt wel degelijk te helpen, en nu hebben ze ook de krotbelasting.

Lokale besturen gruwen van ongebruikte panden in het straatbeeld. Zeker in tijden van woningnood, en zeker als die staan te verkommeren en als de gevel, onverzorgd en bouwvallig, het uitzicht voor iedereen verbrodt. Eind vorig jaar telde Vlaanderen 23.417 leegstaande gebouwen en 813 verwaarloosde en onbewoonbare gebouwen.

Sinds 2010 kregen de burgemeesters en de voor wonen bevoegde schepenen stelselmatig meer instrumenten in handen om dat probleem aan te pakken. Eerst werden ze bevoegd voor de leegstandtaks. En in januari stond de Vlaamse overheid haar bevoegdheid om de krotbelasting te innen, af aan de gemeenten.

Die ‘krotbelasting’ laat lokale politici toe grotendeels autonoom een taks op verwaarloosde gebouwen te heffen, evenals een heffing op onbewoonbare panden. Als besturen te weinig personeel hebben, kunnen ze nog altijd een beroep doen op de Vlaamse overheid, maar veel lokale besturen grijpen de kans om zelf een eigen, op maat gesneden ‘krotbelasting’ uit te werken.

‘Toen Vlaanderen nog bevoegd was, werd bijvoorbeeld de belasting op verkrotting slechts zeer uitzonderlijk toegepast. Dat gaat veranderen. Dit geeft Hasselt slagkracht’, zegt Hasselts schepen Valerie Del Re (SP.A).

Nu werken 68 besturen al met een eigen stelsel. Verwacht wordt dat in de toekomst het gros gaat volgen, aangezien zelfs de kleinste gemeente weleens kampt met bouwvallig patrimonium. Ook het succes van de leegstandsheffing stuwt dat bestuurlijk optimisme: op een dertigtal na, hebben alle andere 278 Vlaamse gemeenten een heffingsreglement voor leegstand. En dat rendeert.

In het algemeen steeg het aantal leegstaande panden van iets minder dan vijftienduizend in 2013 naar 23.417 in 2016. Experts duiden die stijging door een betere samenwerking tussen de verschillende diensten, en een strengere toepassing van de regels. West-Vlaanderen heeft de meeste leegstaande panden, 6.601 eind 2016.

Stok achter de deur

Maar al die verschillende belastingen, heffingen en taksen maken het redelijk ingewikkeld, zegt Wout Maddens, schepen in Kortrijk. En toch vindt hij het nodig, die diversiteit aan fiscale wapens. ‘Leegstand, verwaarlozing, onbewoonbaarheid: het gaat telkens om andere kwesties, die een andere aanpak vragen. De geldboete vormt daarbij meestal het einde van een lang proces van onderhandelen en overleggen – maar een proces dat mislukt is.’ Want, geeft Maddens eerlijk toe: ‘Hoe minder dergelijke belastingen Kortrijk kan innen, hoe beter. Daarom zet de stad in op renovatiecoaches of verhuurkantoren die eigenaars bijstaan. De extra heffingen dienen niet om een klopjacht te organiseren, maar als stok achter de deur.’

Ook Nancy Bourgoignie, schepen in Oostende, pleit helemaal voor. ‘Er bestaan twee soorten eigenaars. Diegenen die een oplossing zoeken voor het pand, door de huur te verlagen, of te renoveren. Daar staat het stadsbestuur welwillend tegenover. En diegenen die van niemand orders aannemen. Belastingen vormen dan de enige manier om die in de dialoog te betrekken.’ Ook de schepen in Beernem, Claudio Saelens, bevestigt dat het niet om het geld gaat, ‘maar om uiteindelijk patrimonium op de markt te brengen’.