Premier Charles Michel voorziet in zijn zomerakkoord de terugbetaling van psychologische raadpleging. Daar reageert de Belgische Federatie voor Psychologen ‘voorzichtig positief’ op. ‘We zijn bezorgd om een te enge visie’, klinkt het.

Tijdens een optimistische persconferentie stelden de federale topministers woensdag trots hun zomerakkoord voor. Op sociaal vlak bleek de regering-Michel (een beetje) tegemoet te komen aan de vraag die al heel lang leeft in de gezondheidssector: de terugbetaling van een psychologische raadpleging. Mensen met matige ­psychische problemen zullen vanaf eind 2018 kunnen rekenen op terugbetaling van een kortdurende behandeling bij een ­klinisch psycholoog of klinisch ortho­pedagoog binnen een interdisciplinair kader.

‘We maken psychologische hulp toegankelijker en op die manier kunnen we vermijden dat bepaalde problemen escaleren’, aldus een glunderende Minister van Sociale Zaken Maggie De Block (Open VLD). ‘Door te voorzien in de terugbetaling van eerstelijnszorg zullen mensen die nu soms verschillende jaren moeten wacht op psychologische hulp, sneller een behandeling krijgen.’

Een van de voorwaarden voor de terugbetaling, is dat de huisarts de patiënt heeft doorverwezen. ‘Daar zijn we niet zo blij mee’, zegt Koen Lowet, gedelegeerd bestuurder van de Belgische Federatie van Psychologen. Wel geeft Lowet toe aangenaam verrast te zijn met deze ‘onverhoopt snelle’ beslissing. ‘Het regeerakkoord maakte enkel gewag van studiewerk rond een mogelijke financiering.’

Volledig pakket

In een ideaal scenario ziet Lowet het volledige pakket van psychologische hulpverlening terugbetaald, ‘niet enkel de eerstelijnszorg’. Daar is evenwel 1,3 miljard euro voor nodig. Dat is geen volledig nieuwe som geld die gevonden moet worden (een deel zit bijvoorbeeld al bij psychiatrische ziekenhuizen), maar toch is 22,5 miljoen euro in vergelijking ‘een erg beperkt budget’.

Bovendien is Lowet bezorgd over hoe de vrijgemaakte gelden ingezet zullen worden. ‘Het Riziv, dat over de terugbetaling beslist, heeft te weinig ervaring met psychologische hulpverlening. Een te enge visie zou die de diversiteit van de psychologie in het gedrang kunnen brengen.’

Niettemin kijken de Belgische psychologen met een positieve, afwachtende ingesteldheid uit naar de uitvoering van de plannen. ‘Het is een eerste stap’, besluit Lowet. Exact dezelfde woorden nam De Block woensdag ook in de mond.