‘Toen hij met zijn bestek gooide omdat het eten niet lekker was, heb ik twee dagen gehuild’
Themabeeld Foto: Garo/phanie

Voor sommigen kan de zomer niet snel genoeg voorbij zijn. De Standaard gaat op zoek naar mensen die hopen dat het volgend jaar beter gaat. Deze week: Véro* (32) leeft al bijna drie maanden in haar auto omdat ze schrik heeft van haar eigen partner. ‘Ik durf écht niet tegen mijn ouders vertellen dat hij een frietketel naar mijn hoofd heeft gegooid.’

Wanneer Véro een café in het Antwerpse binnenwandelt, trekt ze met haar glanzende, kastanjebruine haren en nauw aansluitende donkerrode jurk onmiddellijk de aandacht van enkele mannen die hun bed naast de toog lijken te hebben gemaakt. Véro reageert met een zuinig glimlachje. ‘Mannen hé... Oei, dat is nu niet de juiste uitspraak zeker vlak voor dit soort gesprek...’

‘Ja, sorry hoor, ik breng niet al mijn kleren naar de strijkdienst tegenwoordig’, verontschuldigt ze zich. ‘Ze passen toch niet allemaal in mijn auto. En mijn make-up zal er wel vreselijk uitzien, want in zo’n achteruitkijkspiegel zie je echt nougabollen.’

Impulsief

Véro leeft intussen bijna drie maanden zo goed als helemaal in haar Mini Cooper, waar ze ’s nachts slaapt, eet en zich omkleedt. De voordeur van haar nieuwbouwhuis, dat ze samen met haar man twee jaar geleden - vlak na hun huwelijk - zelf heeft ontworpen, doet ze enkel nog open als ze zeker weet dat haar man niet thuis is. ‘Ik weet niet hoe ik dit moet zeggen zonder over te komen als een zielige vrouw, maar ik durf gewoon niet meer bij hem in de buurt zijn’, klinkt het aarzelend. ‘Hij is zo impulsief geworden dat ik nu eventjes niet meer met hem kan samenwonen.’

‘Toen hij voor de eerste keer met zijn bestek gooide omdat het eten niet lekker was, schrok ik zo erg dat ik twee dagen lang heb zitten huilen. Dat is nu een jaar geleden. Ik herkende hem niet meer. Maar hij vertelde me dat het een “impulsieve bui” was en dat het snel zou overwaaien, dus ik geloofde hem. In datzelfde jaar heeft hij ook met een frietketel naar mij gegooid, de zak met stof van de stofzuiger over de hele woonkamer uitgestrooid en chocopasta over het hele keukenblad uitgesmeerd omdat hij vond dat ik te dik werd.’

Emmer water

Toch bleef Véro de hele tijd geduldig omgaan met de ‘grillen’ - ‘Gebruik nu niet het woord mishandeling, dat is wat overdreven’ - van haar man. ‘Mijn ouders hadden me geleerd dat je niet zomaar weggaat. Je zet door en dan wordt het wel beter. Ik kom uit een bovengemiddeld gegoed gezin - mag ik dat zo zeggen? - dus wij komen niets tekort. Elk jaar maken mijn man en ik een grote reis, lenen hoefden we nooit te doen voor ons huis. Dus als je zo’n succesverhaal schrijft, dan wil je gewoon... ja... dat het werkt hé thuis.’

Maar het inzicht dat de situatie mogelijk nooit zou verbeteren kwam drie maanden geleden. Toen Véro thuiskwam rond 23 uur na het jaarlijkse bedrijfsfeest, kreeg ze een ijskoude emmer water over zich heen.

‘Ik stond daar, in mijn duurste outfit, van kop tot teen verzopen. En hij? Hij stond bulderend te lachen. Want het was “toch een goede straf voor een sloerie als ik die nooit thuis is”. Ik ben beginnen roepen omdat ik echt kwaad was, maar het enige wat hij deed, was de emmer nog een keer vullen en hem nog eens in mijn richting uitgieten, terwijl ik in de sofa zat dan nog! Onze sofa helemaal naar de vaantjes!’

‘Ik weet het zelf ook niet meer’

Véro besloot om in haar auto te gaan wonen en alleen nog het huis binnen te glippen wanneer haar man gaan werken is of in de sportclub zit. Intussen probeert ze het ‘huwelijksprobleem’ - ‘Verwoord het maar als een probleem, want problemen kan je oplossen’ - angstvallig verborgen te houden voor vrienden en ouders. ‘Mijn ouders zouden me meteen terug in huis nemen, natuurlijk’, zegt ze. ‘Ze zien mij doodgraag, die mensen. Maar ik wil ze niet teleurstellen. Ik heb zo hard gewerkt om te staan waar ik nu sta in mijn leven: getrouwd, een mooi huis, een mooie auto,... dat ik dat niet allemaal wil afgeven voor wat ruzie.’

Sinds twee maanden gaat Véro langs bij een psycholoog om de situatie ‘beter te kunnen begrijpen’. ‘Volgens die vrouw moet ik hem dus achterlaten. Enfin, zo laat ze het toch uitschijnen. Maar dat doe je nu toch niet? Of ben ik nu weer van de oude stempel? Want hij heeft mij niet fysiek pijn gedaan hé, dus dan is het geen mishandeling. Of wel? Ja, psychologisch misschien?’, vraagt ze zich luidop af.

‘Ik wacht wel gewoon tot hij weer wat kalmer is geworden en dan ga ik binnen in ons huis en blijf ik binnen. Of ik haal het huis leeg en vertrek toch naar mij ouders. Wie zal het zeggen? Ik weet het zelf ook niet meer.’

Vero verblijft inmiddels niet meer in haar auto maar ging voorlopig ook niet naar huis. Haar huidige verblijfplaats wordt niet genoemd wegens veiligheidsredenen.

* Echte naam bekend bij de redactie

Slachtoffer van geweld? Bel naar het gratis nummer 1712, of www.1712.be