Electrabel zet schouders onder kleine windenergie
Foto: Thomas Nolf
Engie Electrabel wil in goed twee jaar ten minste 100 kleine windmolens plaatsen bij landbouwers en kmo’s. Vandaag zijn kleine windmolens nog een zeldzaamheid.

Grote windturbines zijn in heel ons land een vertrouwd beeld aan het worden. Belgiës grootste elektriciteitsbedrijf, Engie Electrabel, ziet echter ook toekomst in veel kleinschaliger windmolens waarvan de capaciteit 60 tot 300 keer kleiner is. Omdat ze op maat zijn van landbouwbedrijven en kleinere bedrijven die via eigen hernieuwbare energieproductie, uit onder meer zonnepanelen en windmolens, hun stroomverbruik willen dekken.

De opmars van hernieuwbare energie leidt ertoe dat bij kleine kmo’s en landbouwers de interesse voor dergelijke kleine windmolens snel toeneemt, stelt Bruno Desfrasnes van Engie Electrabel. En aangezien ons land 40.000 boerderijen telt, waarvan meer dan de helft klant is bij Engie Electrabel, is er volgens de topman van het elektriciteitsbedrijf, Philippe Van Troeye, heel wat potentieel om kleinschalige windenergie te doen groeien.

De zoektocht van de elektriciteitsproducent naar een bouwer van kleine windmolens leidde naar Fairwind, een Belgisch bedrijf uit Seneffe (Henegouwen). De twee hebben nu een samenwerkingsakkoord gesloten om twee kleine windmolentypes van Fairwind – met een vermogen van 10 en van 50 kilowatt – via het commerciële netwerk van Electrabel te vermarkten. De ambitie is om tegen 2020 al honderd kleine windmolens van Fairwind in bedrijf te hebben in ons land.

Ter vergelijking: Fairwind heeft er tussen 2013 en vandaag nog geen 30 aan de man kunnen brengen. Negentien exemplaren zijn al operationeel, nog eens 9 zijn in aanbouw.

De windmolenmaker uit Seneffe bestaat binnenkort tien jaar. Hij werd in 2008 opgericht door Philippe Montironi met als streefdoel kleine windturbines te ontwikkelen en te produceren. Het heeft Montironi en zijn mede-investeerders tot op vandaag al 3,5 miljoen euro gekost. Fairwind ontwikkelde molens die er wat anders uitzien dan het klassieke beeld van de windturbine met een horizontale as. De schoepen van de windmolens van Fairwind draaien immers rond een verticale as.

Slecht imago

De windmolens van Fairwind die al in bedrijf zijn, bevinden zich hoofdzakelijk in Wallonië. Vlaanderen is goed voor één windmolen. Er zijn ook twee buitenbeentjes bij. Er staat er een in Zwitserland en een in .... Saudi-Arabië.

Dat het zo moeilijk is geweest om kleine windmolens te slijten, heeft volgens Montironi alles te maken met de jarenlange negatieve beeldvorming rond kleinschalige windenergie. Tot voor kort stonden kleine windmolens gelijk aan totaal energie-inefficiënt en zelfs weinig bedrijfszeker. Dat was vooral te wijten aan het aanbod van zeer kleine exemplaren met een vermogen van enkele kilowatt die bestemd waren voor de residentiële markt, stelt Montironi.

Kleinschalige windmolens hebben sowieso al een serieus nadeel tegenover grote turbines. Windenergieproductie is immers sterk afhankelijk van de omvang van de installatie en de hoogte waarop die zich bevindt. Hoe hoger en hoe groter de windturbine, hoe meer elektriciteit ze oplevert. Kleine windmolens bevinden zich echter veel dichter bij de begane grond, waar het doorgaans ook iets minder waait.

Nieuwe wind

Maar er lijkt een nieuw wind te waaien in de wereld van de ontwikkelaars van kleinere windmolens. In ons land hebben Fairwind en ook Xant, een nieuwe Vlaamse producent van middelgrote windmolens, machines ontwikkeld die veel performanter zijn bij kleinere windsnelheden. De molens van Fairwind zijn goed voor een productie van 35 tot 107 megawattuur per jaar. Ter vergelijking: een gezin verbruikt gemiddeld 3,5 MWh.

De kleinschalige windmolens kunnen overigens net als de grote turbines niet zonder subsidies. Fairwind schat de terugverdientijd van een investering in een kleine windmolen in ons land op 6 à 8 jaar.