Het ‘grote uitsterven’ is al bezig
Hoe lang nog? Foto: Charles J. Sharp

Vijf keer in de wereldgeschiedenis stierf een groot deel van het leven snel en massaal uit. Sommigen vrezen dat ons geknoei met het klimaat zou kunnen zorgen voor een zesde keer. Ze hebben het mis: die zesde keer is al bezig.

Verschillende keren in de wereldgeschiedenis hebben grote rampen het toenmalige leven bijna volledig uitgeroeid. Vraag maar aan de dinosaurussen, of de trilobieten. Biologen waarschuwen al langer dat we de snelste klimaatopwarming uit de geschiedenis aan het veroorzaken zijn, en dat dit niet zonder gevolgen kan blijven. Zeker niet als je ook nog eens onze enorme bevolkingsaangroei meeneemt, en de enorme druk die dat op het milieu legt. Om het met een boutade te zeggen: straks zijn er hier alleen nog staanplaatsen.

Klimaatsceptici, president Trump op kop, doen dat af als alarmisme. Een onderzoek dat vandaag verschijnt in de Proceedings of the National Academy of Sciences laat zien dat het uitsterven nog onderschat werd. Omdat we meestal enkel de soorten oplijsten die volledig uitgestorven zijn of daar zeer dichtbij staan, maar niet hoe soorten achteruitgaan.

Annihilatie

De onderzoekers brachten het leefgebied van 27.600 soorten vogels, amfibieën, reptielen en zoogdieren in kaart. Inbegrepen de 8.851 soorten die volgens de internationaal erkende lijst van de IUCN (internationale unie voor de conservatie van de natuur) achteruitgaan. Binnen die soorten zijn miljarden regionale of lokale populaties al verdwenen, zo stelden ze vast. Denk maar aan de zwaluwen in onze boerderijen. Ze hebben het over ‘biologische annihilatie’ en een ‘angstwekkende aanval op de fundamenten van de menselijke beschaving’.

De helft van de onderzochte landdiersoorten (daarover bestaan de beste cijfers) verloren zo’n tachtig procent van hun leefgebied over de jongste eeuw. En sedert 1970 ging zowat de helft van het aantal individuele dieren verloren. Vooral in de tropen – het soortenrijkste stukje aarde – is de achteruitgang groot.