Er is warm weer, en dan zijn er de drukkend hete dagen waarop elke beweging een liter zweet lijkt te kosten. Bovendien lijkt het alsof met de ergste zomerhitte niet alleen onze energie, maar ook ons sociaal gedrag mee lijkt te verdampen.

Die bedenking maakten Liuba Belkin, professor aan de Lehigh University, en Maryam Kouchaki, assistent-professor aan Northwestern University in Illinois, zich ook. Ze voerden een driedelige studie uit om de invloed van omgevingstemperatuur op de behulpzaamheid van mensen na te gaan.

Hun stelling: bij snikheet weer zijn we minder geneigd om anderen te gaan helpen. ‘Deze studie wil bewijzen dat omgevingstemperatuur een invloed heeft op emotionele reacties en gedrag. Mensen blijken minder behulpzaam in een omgeving die hen oncomfortabel maakt’, aldus Belkin.

Voor het eerste deel van de studie kruisten de wetenschappers weergegevens met data van een Russische kledingketen uit diezelfde periode. Die laatste hield nauwkeurig bij of haar winkelbediendes zelf op klanten afstapten om hen te helpen, suggesties deden en actief luisterden. De wetenschappers vergeleken het gedrag bij normaal en bedrukkend warm weer. Hun conclusie: winkelbediendes waren maar half zo behulpzaam op extreem hete dagen als bij meer draaglijke temperaturen.

Hierna voerden Belkin en Kouchaki een online experiment uit met twee groepen, die eerst betaald werden om deel te nemen aan een onderzoek en vervolgens werden gevraagd gratis nog een enquête in te vullen als extraatje. Een aantal testpersonen had vooraf de opdracht gekregen zich een snikhete dag voor te stellen, slechts 34% onder hen was geneigd mee te werken aan het gratis onderdeel. Van de andere personen stelde 76% zich behulpzaam op.

Ten slotte gebruikten de wetenschappers hun studenten als proefkonijnen: ze wilden weten of lichte temperatuurverschillen ook een invloed hadden op behulpzaam gedrag. Ze vroegen in twee aula’s aan hun studenten om aan het einde van een les nog een enquête in te vullen voor een ‘NGO die zich in de buurt inzette voor kinderen en de zwakkeren in de samenleving’. In een van de aula’s werd de temperatuur opgedreven, in de andere werd de airconditioning comfortabel koel gezet.

64% van de studenten in de hete aula vulde minstens een vraag in, 95% van de koele. Zelfs wie in de hitte de moeite deed om de enquête te bekijken, deed minder moeite. Gemiddeld werden er 6 vragen ingevuld, in tegenstelling tot 35 in de andere ruimte.