J. Bernardt: De grote bevrijding
Foto: Geert Van de Velde

Nu Balthazar even pauzeert, grijpt Jinte Deprez zijn kans om te ontbolsteren. En hoe.

Als J. Bernardt danste hij door de volgepakte Klub C tot hij de hele tent mee had in zijn zinderende performance. ‘Before it takes me under, I yearn for you thunder’, zong hij in opener ‘On fire’, en de sjamaan had ons meteen in zijn greep.

Zijn op een elektronische leest geschoeide sound klonk volrond, maar soulvol. Zo koketteerde hij met eigentijdse, minimale r&b, hiphopbeats en diepe bassen die elke vezel in je lijf masseerden. En daar voegde hij tribale elementen aan toe, toverde een ngoni - een Afrikaans snaarinstrument - uit een drumpad en liet gesamplede trompetten soul door de songs blazen. De bezwering werkte.

Behoorlijk swag ook voor een bleekscheet, hoe J. Bernardt het podium afweilde. Eerst in zijn lange regenjas, daarna met handdoek rond de nek, zijn ravenzwarte haar achteruit zwiepend, tot groot genoegen van de meiden vooraan. In zijn stem huisde soms een sexy Alex Turner. Zijn gitaar gebruikte hij maar mondjesmaat om een loopje te samplen of wat afropopriedels toe te voegen.

Het klankpalet dat hij optrok met toetsenist Adriaan ‘Pomrad’ Van De Velde en drummer Klaas De Somer hield hij uitgepuurd. Daardoor voelde je soms wat leegte, maar zo kon hij zijn nummers ook naar een climax opbouwen. Zoals met de moderne soulsong ‘Running days’ bijvoorbeeld, of de nieuwe single ‘Wicked streets’.

Deprez hitste het publiek op als een volleerde Jim Morrison, kroop midden in de tent op de geluidsmixer om de laatste rijen op te hitsen, crowdsurfte terug en rolde over het podium. ‘Man, won’t you come set me free’, klonk het in afsluiter ‘The other man’. Hij is goed op weg.