'We moeten stoppen om taalgebruik op school zo zwart-wit te zien'
Themabeeld. Foto: Boumediene Belbachir

Meertaligheid is een realiteit in de Vlaamse scholen. De instroom van kinderen die thuis een andere taal spreken, wordt almaar groter. Hoe gaan scholen daarmee om?

Het aantal kinderen in Vlaanderen met een moeder die een andere nationaliteit heeft, neemt toe. Van de 66.803 baby’s die vorig jaar in Vlaanderen werden geboren, zijn dat er ruim 18.000. En die kinderen komen allemaal in ons onderwijssysteem terecht, waar sinds jaar en dag alleen Nederlands mocht worden gesproken. Is dat nog houdbaar?

Taalbeleid

‘Nieuw is deze evolutie allerminst. Daarom moeten we stoppen taalgebruik op school zo zwart-wit te zien’, zegt Kris Van den Branden, verbonden aan het Centrum voor Taal en Onderwijs van de KU Leuven. ‘Dat hebben alle onderzoeken van de laatste jaren aangetoond.’

‘Nederlands op school is uiteraard belangrijk’, zegt Van den Branden. ‘Vanaf de kleuterschool is taalvaardigheidsonderwijs nodig. En later ook, want niet alleen de leerkracht Nederlands draagt verantwoordelijkheid. Elke leraar moet immers een taalbeleid voeren en ervoor zorgen dat in de klas toegankelijke taal wordt gesproken. Maar dat neemt niet weg dat ook de moedertaal - niet het Nederlands - een rol kan spelen.’

Waarom? Omdat het welbevinden van de kinderen stijgt én ze meer zelfvertrouwen krijgen.

Toch zijn er nog veel tegenstanders. ‘Daar zijn drie redenen voor’, duidt Van den Branden. ‘Leraren denken dat elke seconde Nederlands een meerwaarde biedt, dat de klas oncontroleerbaar wordt en dat kinderen kliekjes zullen vormen.’

Nochtans werden alle drie al weerlegd door wetenschappelijk onderzoek. ‘De leerlingen grepen minimaal terug naar hun moedertaal. Vrijwel alleen als ze een woord niet begrepen’, zegt Van den Branden. ‘En kliekjes worden altijd gevormd, maar dat gebeurt op basis van gedeelde interesses en niet op taal. Zoals overal is de gouden regel: maak duidelijke afspraken.’

Bovendien komen de kinderen ook buiten de schoolpoort in contact met het Nederlands. ‘Met broers of zussen spreken ze dikwijls Nederlands of ze kijken naar Ketnet’, zegt Van den Branden.

De redenen lijken vooral emotioneel ingegeven en daar worden meer en meer leerkrachten zich van bewust. Moedertalen vinden daarom hun plaats binnen de schoolmuren. ‘Kinderen zullen er in het begin misschien vaker naar teruggrijpen’, aldus Van den Branden. ‘Maar als je systematisch verwoordt wat je doet, zal de winst van dit taalbeleid volgen.’

Schooltaal

Dat zien ze al een aantal jaar in kleuterschool ‘De Bijtjes’ in Antwerpen. ‘We hebben maar liefst vijftig verschillende moedertalen: Turks, Berbers, Italiaans, Nepali, noem maar op’, zegt directeur Kathy Mertens. ‘Bij ons zijn die toegelaten op school, want zo zijn ze met hun cultuur en waarden verbonden. Onze taak is om hen een schooltaal te leren. Alle instructies gebeuren dus in het Nederlands.’

‘Onze juffen investeren ongelofelijk veel in de kinderen’, zegt Mertens. ‘Gelukkig hebben we uren voor taaljuffen die helpen. Zo lukt het ons bijna overal met twee in een klas te staan. Er is dan ook altijd overleg tussen de verschillende leerkrachten en we differentiëren naargelang de noden van groepjes. Bovendien worden ook de ouders van de kinderen erg betrokken in het verhaal. Zij volgen taalklassen in de buurt en oefenen met de kleuters.’

‘Ja, het duurt iets langer om Nederlands te leren naast de thuistaal. Maar de ontwikkeling van hun Nederlands gaat wel vlot’, aldus de directrice. ‘De sleutel? Dat is een schoolteam dat ervoor gaat en gelooft in de mogelijkheden van de kinderen. Deze kinderen zijn niet taalarm, maar juist erg taalrijk. Ze kennen op jonge leeftijd al meerdere talen. Dat mogen we niet vergeten.’