Kings of Leon: Abonnement op de letter O
Foto: Koen Bauters

Kan een concert dat vol hits zat en secuur en vakkundig gespeeld werd tóch oerend saai zijn? Dat is het soort diepfilosofische beschouwing waar we ons tijdens het vijfde kwartier van Kings of Leon om bekommerden. Tot het weer tijd was om even mee te brullen.

Want versta ons niet verkeerd: meezingers hebben de gebroeders Followil bij de vleet. Bij ‘Notion’, ‘On call’, ‘Pyro’ of ‘Knocked up’: om de haverklap juichte er wel iemand in onze buurt ‘Da’s mijn liedje!’ Die juicher werd dan steevast in een nek gehesen, zelfs als dat twee paar schouders vergde. Dat dan weer wel: Kings of Leon is zo’n band die voor broederschap zorgt.

Nergens gingen meer mensen de lucht in dan bij ‘Sex on fire’. Maar helaas: de Kings waren dat donderdag niet. De manier waarop ze hun southern gospel-roots omzetten in afgemeten stadionrock dwingt respect af, en wie een topsong als ‘The Bucket’ argeloos in de set kan parkeren verdient krediet. Maar op de Main Stage keken ze meer naar hun gitaarhals dan naar hun publiek. Laat staan naar mekaar: de band stond al een paar keer op ontploffen, en sindsdien lijken ze live vooral aan hun hypotheekafbetaling te denken. Wel jammer voor een band die Werchter zowat als tweede thuis mag beschouwen: ze speelden er al zeven keer, meer dan op welk ander festival ook.

Daardoor is hun formule inmiddels gekend: ‘Pyro’, ‘Use somebody’ en ‘Sex on fire’ zijn zo’n meezinghits omdat ze voor driekwart uit de letter O bestaan - voor de rest is Caleb Followil, die steevast zingt alsof hij een mond vol pruimtabak heeft, toch volstrekt onverstaanbaar.

‘Oh, don’t say it’s over’, had de zanger nog gefleemd in het openingsnummer van de set. Als Kings of Leon het spelplezier niet terugvinden, zou het zomaar over de carrière van de band kunnen gaan.