Het Zesde Metaal: Waar zijn die schoentjes?
Foto: Koen Bauters
Met een op zes artiesten van eigen kweek op de affiche van Rock Werchter was het niet meer dan logisch om Het Zesde Metaal deze bijzonder Belgisch gekleurde editie te laten aftrappen.

Hun ‘Ploegsteert’ werd vorig jaar door de luisteraars van Radio 1 verkozen tot beste Belgische song en is goed op weg om een klassieker te worden - en dan bedoelen we niet ‘kleinkunstklassieker’, maar een Vlaamse rockklassieker van het genre dat wijlen Luc De Vos ook geschreven heeft. Het Zesde Metaal coverde vandaag trouwens diens ‘Boze wolven’, dat verrassend gestoeld werd op de tonen van ‘Where is my mind’ van The Pixies. Het duurde niet lang of menig toehoorder haalde zijn beste kopstem boven om een potje mee te doe-oe-oe-en. 

Het publiek droeg Wannes Cappelle, die zich een ontwapenend performer toonde, op handen. Hij hoefde maar één keer te vragen om schoenen in de lucht te steken tijdens ‘Dag zonder schoenen’ en hop, daar ging al meteen een modderig exemplaar omhoog. Cappelle mag dan al geëngageerde, gevoelige en vaak ingetogen teksten schrijven, muzikaal rockt hij met zijn Zesde Metaal tegenwoordig als nooit tevoren. In ‘Calais’ diept Tom Pintens zijn meest gruizige gitaarklank op en in ‘Gie, den otto en ik’ liet hij die nogmaals voluit loeien. Ook in de rustige momenten bleef de band de aandacht vasthouden: de lapsteel van gitarist Filip Wauters legde een zwoel countrylaagje onder ‘Achter zoveel jaar’ en ‘Ploegsteert’. ‘Kgoa nie ontgoocheln, kgoa der stoan’, klonk het in die laatste song. Wel: Het Zesde Metaal stond er, op hun eerste Werchter.