Onderwijs voor nieuwkomers krijgt onvoldoende
Foto: James Arthur
De schoolloopbaan van anderstalige nieuwkomers verloopt ‘problematisch’. Dat is de belangrijkste conclusie van een lijvig rapport over het Vlaamse onthaalonderwijs waar De Standaard de hand kon op leggen.

Onderzoekers van de UGent, KU Leuven en de Universiteit Antwerpen roepen in het rapport op tot een bijsturing van het beleid. Het onthaalonderwijs doet niet wat moet: de taal aanleren én leerlingen integreren.

Anderstalige nieuwkomers blijven immers vaker zitten, ze stromen minder door naar het algemeen secundair onderwijs (ASO), maar wel naar het beroeps (BSO) en technisch onderwijs (TSO). Ze zijn kwetsbaarder voor het zogenaamde ‘watervalsysteem’, waarbij leerlingen starten in een meer abstracte richting en eindigen in praktische richtingen (van ASO naar TSO en BSO). Ze krijgen vaker een C-attest dan anderen. Dat alles maakt dat de onderzoekers spreken van een ‘problematische schoolloopbaan’. 

Jonge kinderen die  hier arriveren en de taal niet spreken, komen terecht in ‘onthaalklasjes’, waar ze een jaar lang specifieke taalopleiding volgen voor ze naar een gewone klas overstappen. In het secundair onderwijs heet die aparte groep de ‘OKAN’-klas. 
Aan de inzet van de onthaalleerkrachten en de OKAN-teams ligt het niet, zo wijst het rapport uit. De leerkrachten die met nieuwkomers werken zijn heel gedreven. De leerlingen vinden de klasjes ook een veilige haven. 

Professionalisering

Maar bij de overstap van de OKAN-klas naar de ‘gewone’ klas loopt het mis. Oud-OKAN-leerlingen blijken het Nederlands nog niet volledig onder de knie te hebben, en de leerkrachten hebben onvoldoende ondersteuning, didactisch materiaal of expertise om met hen aan de slag te gaan. Zo  worden de jongeren steeds naar dezelfde richtingen georiënteerd: ‘verzorging-voeding’ en ‘basismechanica’ in het beroepsonderwijs en ‘sociale en technische wetenschappen’ en ‘handel’ in het technisch onderwijs. 

Scholen zijn niet genoeg gewapend  om die meertaligheid en diversiteit de baas te kunnen. Een taal leren duurt gemiddeld zeven tot negen jaar, en daar moeten scholen  zich aan aanpassen, wijst het onderzoek uit. 

Nieuwkomers één jaar uit de klas halen, zoals nu gebeurt, vinden de onderzoekers dan ook geen goed idee. Beter is een intensief taalbad van drie à zes  maanden en daarna een geleidelijke integratie in de klas. 

Succesverhalen

Ludwig De Meyer, directeur van de stedelijke basisschool De Droomballon in Sint-Niklaas, heeft al twaalf jaar ervaring met onthaalonderwijs. Hij heeft er heel bewust voor gekozen de nieuwkomers eerst even apart te zetten in een klasje. ‘Zo kunnen ze in alle rust de taal en de omgeving leren kennen’, zegt hij. ‘We wilden ook de reguliere leerlingen en leerkrachten beschermen. Maar we proberen kinderen wel na een half jaar, maximaal één jaar in een gewone klas te zetten.’ Hij kent succesverhalen: een jongen uit Irak zit nu in de Latijnse en een leerling uit Afghanistan was de beste in spelling. 

 Of de minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) het onthaalbeleid zal wijzigen, licht ze vanmiddag toe in het Vlaams Parlement. Door de vluchtelingencrisis heeft de minister al  bijgestuurd: er zijn nu meer onthaalklassen, ook in het kleuteronderwijs, het aantal ‘coaches’ die nieuwkomers opvolgen is verviervoudigd, en zeven extra traumapsychologen zijn aangeworven.