De Louise-Marie patrouilleert momenteel voor de Libische kust om de mensen- en wapensmokkel te helpen ontwrichten, vooral door inlichtingen te verzamelen en verdachte bootjes te tracken. Het is niet de bedoeling dat de Louise-Marie actief op zoek gaat naar bootvluchtelingen. Die taak lijkt Operatie Sophia vooral over te laten aan ngo’s.

Als het nodig is om levens te redden, grijpt de Louise-Marie uiteraard in. Het hele fregat, van voor- tot helidek, maakt zich dan klaar om tientallen of honderden mensen op te vangen. Artillerieofficier Marleen legt uit hoe dat in zijn werk gaat.

‘Eerst rukken de twee RHIB’s uit. Ze naderen het bootje elk aan een zijde om te vermijden dat de mensen naar één kant lopen en dat het bootje daardoor kapseist. Iedereen krijgt vooraf een reddingsvest toegeworpen. Vervolgens worden de vluchtelingen in kleine groepjes overgebracht, maximaal negen à tien mensen per reddingssloep. Als we zien dat het bootje snel aan het zinken is of mensen al in het water liggen, handelen we sneller.’

Via de statietrap of ‘Middellandse Zeetrap’ aan stuurboord komen de migranten een voor een aan boord. De trap heeft een hellingsgraad en een platform. De mensen worden geassisteerd, een duiker ligt in het water. Wie te zwak is, kan desnoods met de reddingssloep aan boord worden gehesen.

Eerst moeten de vluchtelingen in een ‘schuifelbak’ stappen met desinfecterende matten. Op het hoofddek staan zes bemanningsleden hen op te wachten. Als verwelkoming krijgen ze een bekertje water en een ziekenhuisbandje met een nummer. Ook hun handen worden ontsmet.

‘Daarna moeten de mensen wachten om te worden gefouilleerd. Dat gebeurt op het voordek, zegt artillerieofficier Marleen. ‘Alle bezittingen worden in beslag genomen en opgeborgen. Medicatie mogen de mensen houden. Tenzij de dokter beslist om de medicatie bij zich te houden en zelf toe te dienen wanneer het nodig is.’

Op het hoofddek aan bakboord wachten de vluchtelingen en migranten weer om te worden geregistreerd. ‘De belangrijkste fase’, zegt Marleen. ‘We nemen een foto en meten hun lengte. Aan een tafeltje noteren we hun naam en leeftijd en – als ze daarop kunnen antwoorden – uit welk land ze komen, of ze voor hun reis hebben betaald, met wie ze samen reizen, enzovoort.’

Zijn de vluchtelingen niet wantrouwig om die informatie te delen? ‘De meesten zijn opgelucht dat ze gered zijn en luisteren heel goed naar onze instructies. Sommigen vliegen ons zelfs rond de hals. Twee jaar geleden zat ik op de Leopold I. We hebben toen veel jongens van amper veertien tot zestien gered. Zij letten zeer goed op, bang om iets verkeerd te doen.’

‘Vingerafdrukken nemen we niet’, benadrukt ze nog. ‘Dat ligt niet binnen onze bevoegdheid.’ Voor het eerst is een carabinieri aan boord, een stille kalende man die zich wat op de achtergrond houdt, maar ook die mag geen vingerafdrukken nemen. Dat mag alleen op Italiaans grondgebied. ‘Hij zal bij de fouillering aanwezig zijn om toe te zien of alles correct verloopt, voor het geval er achteraf een klacht zou worden ingediend door iemand die beweert dat hij niet al zijn bezittingen heeft teruggekregen of zo.’

Na de registratie volgt een medische controle. In het gangpad op het dek liggen enkele brancards. ‘We proberen te vermijden dat de ziekenboeg in het schip moet worden gebruikt. Je weet nooit welke besmettelijke ziektes vluchtelingen kunnen overdragen, zoals tbc. Aangezien alle lokalen op hetzelfde ventilatiesysteem zitten, zou je daarmee het hele schip kunnen besmetten’, zegt artillerieofficier Marleen.

Verzorging moet dus op het dek. Als het echt niet anders kan, kunnen mensen met de helikopter naar een ander schip worden gebracht dat beter is uitgerust. De Louise-Marie heeft geen operatiekwartier, de dokter is ook geen chirurg. De doc wil wel voorbereid zijn op een stressbevalling en heeft gevraagd om in de volgende haven een bevallingskit aan boord te hebben. Regelmatig maken hoogzwangere vrouwen de gevaarlijke overtocht. Operatie Sophia dankt haar naam trouwens aan een Somalische baby die op een fregat ter wereld is gekomen.

Na de medische controle krijgen de vluchtelingen nog een bekertje water, een deken en droge kleren en worden ze op het helidek opgevangen, achteraan het fregat. Daar moeten ze blijven tot ze in Italië worden afgezet. Zolang staat de helikopter in de hangar. De zon brandt al dagen op het helidek. Je raakt er zo verbrand. ‘Maar als het nodig is kunnen we met zeilen plekjes schaduw voor de mensen voorzien’, zegt Marleen. ‘Vrouwen en kinderen laten we ook zoveel mogelijk genieten van de natuurlijke schaduw vlak voor de hangar.’

Met houten paletten wordt in een hoek van het helidek een afrastering gemaakt. Erachter ligt de toegang naar de toiletten. Door een luik komen de vluchtelingen in het waaigat, een dek lager. Daar is speciaal voor de opdracht van het fregat een rij met drie toiletten gemaakt.

‘Vier keer per dag krijgen de mensen eten: rijst en groenten. Geen varkensvlees.’ Verloopt die bedeling ordentelijk? ‘Veel mensen zijn bang dat er niet genoeg is. Je kan je niet voorstellen wat sommigen hebben moeten doorstaan, dagen zonder eten en drinken op zee. Maar vorig jaar hebben we een heel goed systeem uitgevonden om problemen te vermijden’, zegt Marleen. ‘Tijdens de voedselbedeling laten we de mensen in rijen plaatsnemen. Vervolgens mogen de mensen die achteraan zitten omdat ze het eerst aan boord zijn gekomen, als eerste hun eten afhalen - langs bakboord, en zo via stuurboord weer naar hun plaats. Bewakers lopen tussen de rijen en tikken de mensen aan wanneer het hun beurt is. Dat werkt zeer goed.’

De laatste halte spreekt misschien het meest tot de verbeelding: de ‘temporary holding facility’: een kooi met toilet, ook in het waaigat, maar dan aan de andere kant. Artillerieofficier Marleen vraagt eerst aan de commandant toestemming of we een kijkje mogen nemen. Alleen foto’s nemen mag niet. De kooi werd gemaakt voor de Operatie Atalanta, tegen de piraterij voor de Somalische kust, maar daarvoor kreeg het leger ook al kritiek.

‘Wij zonderen hier alleen migranten tijdelijk af als ze onhandelbaar zijn of een gevaar vormen voor zichzelf en voor anderen’, benadrukt Marleen. ‘Mogelijke mensensmokkelaars mogen we niet opsluiten. Die bevoegdheid hebben we niet. We proberen dankzij de gesprekken met de vluchtelingen zoveel mogelijk informatie over smokkelaars te verzamelen, maar het is niet onze taak om hen uiteindelijk te identificeren. Soms is dat ook moeilijk. De persoon die de motor van een bootje bedient, kan een smokkelaar zijn maar evengoed een vluchteling die in ruil voor die taak niets voor zijn overtocht heeft moeten betalen.’