Verbaal en psychisch geweld tegen artsen in opmars: 'Dokter, doe wat ik zeg'
Foto: Belga
Veel artsen zijn het slachtoffer van verbaal en psychisch geweld. Patiënten zetten hen onder druk om een voorschrift of een ziektebriefje te krijgen.

‘Tijdens een consultatie vertelde een patiënt hoe hij een keer iemand had mishandeld. Om mij duidelijk te maken: daartoe ben ik in staat, dus werk maar mee en geef mij het voorschrift dat ik vraag.’
‘Zo’n dreigement, van een man met een psychische aandoening, hoor ik gelukkig niet vaak. Wat wel wekelijks gebeurt, is dat patiënten mij onder druk zetten voor een ziektebriefje, ook al zijn of waren ze niet ziek. “Dokter, als u mij geen ziektebriefje geeft, raak ik mijn werk kwijt. Voor u is het toch maar een briefje.” Ik vind dat een vorm van agressie. Patiënten geven mij een schuldgevoel, zodat ik plooi en schriftvervalsing pleeg.’
Een huisarts, een dertiger die in een provinciestad werkt en die niet met zijn naam in de krant wil, getuigt over de druk die hij van patiënten ervaart.

Verbaal en psychisch geweld zijn het ergst
Verwijten, opzettelijk een schuldgevoel geven, dreigen, beledigen: artsen in ons land worden regelmatig het slachtoffer van verbaal en psychisch geweld. Dat blijkt uit een bevraging van meer dan 3.700 Belgische artsen. Die bevraging is mogelijk niet representatief voor alle artsen, maar de analyse, uitgevoerd aan de VUB, wijst op een probleem waarmee veel artsen kampen. Verbaal en psychisch  geweld komt dikwijls voor. Artsen ervaren schelden, beledigen en opzettelijk een schuldgevoel bezorgen ook vaak als de ergste vormen van geweld. 

‘Patiënten zijn mondiger geworden en eisen meer dan vroeger: een medicatievoorschrift, een ziektebriefje of een extra onderzoek’, zegt Dirk Devroey, professor huisartsengeneeskunde aan de VUB. Onder zijn begeleiding analyseerde masterstudent Lennart De Jager de antwoorden van de artsen.

Antibiotica en ziekteverlof
De agressie heeft gevolgen. De arts is bang of voelt zich onveilig (in 27 procent van de gevallen) en/of geeft aan dat de agressie invloed heeft op zijn manier van werken (21 procent). En dat laatste is zeker niet altijd positief, blijkt uit de getuigenis van de huisarts.
‘Ja, ik schrijf wel eens antibiotica voor als die niet nodig zijn, maar omdat de patiënt het eist en de sfeer grimmig wordt tijdens de consultatie. Hoewel ik er echt tegen ben om zomaar antibiotica voor te schrijven. Hetzelfde met ziekteverlof, dat ik soms een dag langer maak dan nodig is.’

Reputatie op het spel 
Volgens het onderzoek van de VUB is de agressor vaak een bekende patiënt. ‘Zeker als je de patiënt kent en als je als arts een band met hem hebt, durft die patiënt sterker tegen te pruttelen’, zegt professor Devroey.
‘Een agressieve patiënt die na een conflict niet langer door mij behandeld wil worden, kan ik missen. Maar waar ik bang voor ben, is dat hij of zij gaat rondbazuinen dat ik geen goede dokter zou zijn. Dan ben je niet één patiënt kwijt, maar mogelijk ook nog de buren, familieleden en vrienden van die patiënt.’ 
‘Ik had eens een discussie met ouders die eisten dat ik op huisbezoek zou komen, maar ik wist dat ze ook met hun kind naar de praktijk konden komen. Achteraf vertelden ze dat ik met het leven van hun kind had gespeeld. Heel vervelend, want ik mag door het beroepsgeheim zo’n verhaal niet rechtzetten.’ 

Professor Devroey wil op basis van dit onderzoek de opleiding van de artsen aanpassen. ‘We moeten meer aandacht besteden aan hoe je met patiënten communiceert. We moeten het daarbij niet alleen hebben over medische zaken, maar ook over hoe je reageert in situaties waarin patiënten onterechte eisen stellen. Want als je instemt met hun eisen, wordt het alleen maar erger.’

Vooral de eerste tien jaar 
Vooral voor jonge artsen aan het begin van hun carrière zou het een verschil kunnen maken om beter tegen geweld en agressie gewapend te zijn. Uit het VUB-onderzoek blijkt dat artsen met minder dan tien jaar praktijkervaring het vaakst geweld ervaren. 
‘Ik merkte al na een paar jaar dat de druk van patiënten minder werd. Na verloop van tijd kennen ze je en weten ze waarvoor je staat. Naarmate je meer ervaring hebt, win je ook aan maturiteit. En ik ben minder rigide dan vroeger. Ik plooi gemakkelijker.’