Premier krijgt schouderklopje van Oeso-topman over hervormingspad
Foto: Photo News

‘België is een tophervormer en een topperformer.’ Die schouderklop gaf Oeso-topman José Ángel Gurria dinsdag aan premier Charles Michel bij de overhandiging van het jaarlijkse rapport van de internationale denktank over de Belgische economie. Voor de premier was het verslag een duw in de rug om ‘tot de laatste dag van de legislatuur’ bijkomende structurele hervormingen door te voeren.

De inhoud van het rapport was al een tweetal weken bekend. Toch klonk het compliment van Gurria dat ons land een tophervormer is, de premier duidelijk als muziek in de oren. Zijn regering gaat immers prat op de sociaal-economische hervormingen die ze de voorbije 2,5 jaar doorvoerde. Hij vroeg de Mexicaan zelfs grappend die uitspraak nog eens te herhalen voor de verzamelde pers.

‘België is een belangrijk hervormingspad ingeslagen. Blijf op koers’, drukte hij de premier op het hart. ‘Hervormen moet een state of mind zijn, want er is altijd iemand anders die een versnelling hoger schakelt.’

Gurria lichtte toe dat België de vierde hoogste ‘responsratio’ heeft. Dat komt neer op de manier waarop een land omgaat met eerdere voorstellen van de Oeso. ‘Jullie volgen de aanbevelingen’, aldus de secretaris-generaal. ‘Het gaat echter niet alleen om het wetgevend luik. Ook de uitvoering is belangrijk, want dat is wat de levens van de mensen echt verandert.’

Gurria stond stil bij een reeks uitdagingen waar ons land voor staat. Zo hamerde hij op het belang van publieke investeringen, bijvoorbeeld om de mobiliteit weer op te krikken op onze dichtgeslibde wegen. De taxshift van de ploeg-Michel kreeg bijval, maar volgens Gurria is er nog ruimte voor meer. Hij keek daarbij naar het regime van de bedrijfswagens en richting een federale vermogenswinstbelasting.

Gurria merkte nog op dat België een van de hoogste productiviteitsniveaus binnen de Oeso heeft, maar dat de productiviteitsgroei is afgevlakt. Hij ziet ook een ‘window of opportunity’ om te werken aan de schuldenlast, dankzij de lage rentelasten, al gaf Gurria toe dat de combinatie met publieke investeringen ‘een delicate balans’ is.