Wetenschappers bewijzen: hier komen onze katten vandaan
Foto: blg
Huiskatten zijn Afrikaans, of Aziatisch, of een beetje van beide, maar ze zijn alleszins niet Europees. Al duizenden jaren zijn ze onze vrienden, zonder zich te verlagen tot de maakbare hond.

Hoe verschilt een kat van een hond? Een vraag met vele antwoorden, maar misschien had u hier nog niet bij stilgestaan: terwijl honden in alle vormen en maten komen, zijn katten onderling sterk gelijkend. Ondanks de manipulatieve mens heeft de kat  duizenden jaren lang haar eigenheid bewaard. Er is zelfs geen verschil tussen het skelet van een huiskat en dat van een wilde kat – dat is bij een chihuahua en een wolf wel anders.

Door die eenheidsworst van skeletten  was het voor archeologen wachten op  DNA-technieken om de geschiedenis van de huiskat te ontrafelen. Onderzoekers van de KU Leuven en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) werkten mee aan de genetische analyse van beenderen, tanden, huid en vacht van ruim 200 katten die gevonden werden in archeologische sites in Zuidwest-Azië, Afrika en Europa. De resultaten staan deze week  in het vakblad Nature Ecology & Evolution.

Zoals te verwachten is er een rol weg­gelegd voor het Oude Egypte, waar katten ­vereerd en vereeuwigd werden in standbeelden, tekeningen en als mummies. Maar de geschiedenis van onze Felix of Minoes gaat verder terug, bevestigt de analyse. ‘Er is lang gedacht dat de domesticatie van de kat begon in Egypte’, zegt archeozoöloog Wim Van Neer van het KBIN. ‘Tot er begin deze eeuw een kat (naast een mens, red.) werd opgegraven op Cyprus, in een graf dat 9.500 jaar oud is. We weten dat dit een gedomesticeerd exemplaar was, omdat er op Cyprus geen wilde katten voorkomen. De vondst leidde ertoe dat men het Nabije Oosten (Zuidwest-Azië, red.) als het domesticatiecentrum van de kat ging zien. Met een heel aannemelijke verklaring: toen de mens in Mesopotamië met landbouw begon en graangewassen ging opslaan, lokte dit heel wat muizen en aanverwanten, waardoor de kat een erg nuttig dier werd voor de boeren. Met die uitleg werd Egypte naar de achtergrond verdrongen. Het was de aanleiding van ons onderzoek: we ­wilden nagaan of Egypte alsnog meespeelde in het temmen van de kat.’

Dat lijkt zo te zijn. Uit de DNA-analyse is op te maken dat de domesticatie van de kat in twee golven gebeurde. Alle gedomesticeerde katten zijn afstammelingen van de Afrikaanse wilde kat (Felis silvestris lybica), een van de vijf wilde ondersoorten van de kat. ‘Er bestaat ook een Europese wilde kat, maar die heeft niets met onze huiskatten te maken’, aldus Van Neer. De Afrikaanse wilde kat werd ongeveer 10.000 jaar geleden door de landbouwers in Zuidwest-Azië (waar hij ook in het wild voorkwam) getemd en stak 6.000 jaar geleden de Bosporus over, naar Europa.

Maar de tweede golf, vanuit Egypte, bleek belangrijker. De genetische variant die huiskatten uit Egypte typeert, komt in onze contreien vaker voor dan de variant uit Zuidwest-Azië. De verspreiding vanuit Egypte begon ongeveer 3.000 jaar geleden, via belangrijke handelsroutes. De dieren kwamen Europa binnen via het Middellands Zeegebied. ‘We weten nog niet of de Egyptenaren op hun beurt de Afrikaanse wilde kat getemd hebben, of dat ook zij gedomesticeerde katten uit Zuidwest-Azië in huis hebben gehaald. Er is meer onderzoek nodig om dat uit te klaren’, zegt Van Neer. ‘We kunnen dus niet met zekerheid zeggen dat Egypte een afzonderlijk domesticatiecentrum was.’

Experimenteren met uiterlijk

De onderzoekers konden wel achter­halen dat ‘mooie’ katten vrij ‘modern’ zijn. Ze gingen na wanneer het gen voor de gevlekte kat opdook en zich verspreidde. Tot dan ­zagen huiskatten er eender uit: enigszins gestreept en grijzig, zoals de  Afrikaanse wilde kat, en zoals vele klassieke katten in huiskamers te lande. Uit het DNA valt op te maken dat de mens pas vanaf de middeleeuwen begon te experimenteren met het uiterlijk van katten. ‘Dat is laat in vergelijking met andere gedomesticeerde dieren’, weet Van Neer. ‘In Mesopotamië liep er al een soort windhond rond, en ook met paarden werden al snel rassen gevormd. Dat het bij de kat zolang duurde, heeft wellicht met zijn karakter te maken. Een kat laat zich niet zomaar opsluiten om te selecteren en te fokken.’ Over het algemeen zijn huiskatten nog steeds avonturiers die onderling genen blijven uitwisselen (tenzij ze, zoals bij ons, massaal gesteriliseerd worden) en op die manier op elkaar blijven lijken.