Belgische militaire spionnen vechten interne oorlog uit
De gebouwen van het Adiv. Foto: pn
Terwijl terreurniveau drie in België nog altijd van kracht is, draait de militaire veiligheidsdienst Adiv vierkant. Dat blijkt uit een gelekte brief.

‘Interne concurrentiedrang, foutieve doorstroming van informatie, verwarring naar binnen- en buitenlandse partners toe en wantrouwen tussen de ­verschillende afdelingen onderling.’ 

De Standaard kon de hand leggen op een zes pagina’s lange brief, geschreven door acht  commissarissen van de militaire veiligheidsdienst Adiv. De acht hangen een bijzonder donker beeld op van de ­toestand bij hun dienst. Zo verwijten ze hun baas, luitenant-generaal Eddy Testelmans, dat hij niets doet om de toestand te verhelpen. 

De Adiv is de militaire tegenhanger van de bij het grote publiek beter bekende Staatsveiligheid. Hoeveel mensen bij beide diensten aan de slag zijn, is geheim, maar het zouden er een zeshonderdtal per dienst zijn. Beide diensten hebben de laatste jaren maar één grote prioriteit meer, de terreurbestrijding. 

Voor wie het vergeten zou zijn: ons land leeft momenteel nog ­altijd onder dreigingsniveau 3. De terreurdreiging is dus nog altijd niet geweken. In haar eindrapport noemde de parlementaire onderzoekscommissie 22/3 de soms gebrekkige uitwisseling van informatie tussen de verschillende veiligheidsdiensten  vorige week het voornaamste pijnpunt. Maar als de acht commissarissen gelijk hebben, dan is de toestand bij de Adiv intern niet veel beter. 

De brief met de aanklacht is onder anderen gericht aan de minister van Defensie, Steven Vandeput (N-VA). Die wil voorlopig niet inhoudelijk reageren.

‘Ik ben er niet gelukkig mee dat interne post gelekt wordt’, klinkt het. ‘Maar ik heb die brief inderdaad gekregen. Ik heb ook naar die mensen geluisterd. Het is niet aan mij om nu in te grijpen, maar ik heb het Comité I wel gevraagd de  Adiv door te lichten. Dan pas kan ik eventueel maat­regelen nemen.’  

Volgens onze bronnen zou het onderzoek van het Comité I eind deze maand afgerond moeten worden. Luitenant-generaal Eddy Testelmans zelf wijt de onvrede van een deel van zijn personeel grotendeels aan ‘frustratie ingevolge een schrijnend gebrek aan mensen voor steeds toenemende verantwoordelijkheden’.