Valse bommengordels van terroristen Londen waren gewone waterflessen
Foto: EPA
Toen Khuram Butt, Rachid Redouane en Youseff Zaghba op 3 juni hun dodelijke aanslag pleegden in Londen, droegen ze valse bommengordels. De Londense politie vermoedt dat ze zo 'maximale paniek' wilden zaaien.

De drie terroristen sloegen toe op zaterdag 3 juni. Rond 22.08 uur Britse tijd (23.08 uur Belgische tijd) kreeg de Londense politie de melding van een voertuig dat op de London Bridge was ingereden op meerdere voetgangers.

Het voertuig reed door naar Borough Market, zo’n 500 meter verder. Drie mannen sprongen er uit de bestelwagen en vielen mensen aan met grote messen terwijl ze ‘dit is voor Allah’ riepen. Ze gingen onder meer restaurants binnen om daar willekeurig mensen neer te steken.

Valse bommengordels van terroristen Londen waren gewone waterflessen
De politie verspreidde eerder ook al foto’s van de keramische messen die gebruikt werden bij de aanslag. Foto: AFP

Nieuwe tactiek

De drie daders - Khuram Butt (27), Rachid Redouane (30) en Youssef Zaghba (22) - droegen op het moment van de aanslag een valse bommengordel. Daarin zaten waterflesjes die met duct tape vastgemaakt waren om eruit te zien als een echte. Vermoedelijk was dat hun tactiek om mensen bang te maken, zodat ze zich niet zouden verzetten, en om de politie te verhinderen om hen neer te schieten.

Valse bommengordels van terroristen Londen waren gewone waterflessen
Foto: REUTERS

‘Ik heb die tactiek, waarbij terroristen paniek en angst zaaien met valse explosieven, nog niet gezien in het Verenigd Koninkrijk’, zegt Dean Haydon, hoofd van de antiterreureenheid van Scotland Yard. “Het zou best kunnen dat ze gijzelaars wilden nemen en de stad zo wilden lamleggen. Maar het kan ook dat ze het als veiligheid zagen om zelf niet doodgeschoten te worden. Wie zou terugvechten, zou dan bang kunnen worden om mee te ontploffen.”

Bij de aanslag werden acht slachtoffers omgebracht. Er vielen ook 48 gewonden. Zij zijn ondertussen allemaal buiten levensgevaar, al verblijft een aantal van hen wel nog op de afdeling intensieve zorgen.