Waarom de ernstige diplomatieke rel met Qatar geen verrassing is
Foto: REUTERS

In een, voor de normen van de regio, ongezien hevige reactie hebben onder meer Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten elk diplomatiek contact met mede-Golfstaat Qatar verbroken. Qatar, waar in 2022 het Wereldkampioenschap Voetbal moet doorgaan, wordt nu beschuldigd van het ‘steunen van terrorisme’.

De spanningen in de regio liepen al weken, eigenlijk al jaren, op. Toch zijn de stappen die zes Arabische landen vanochtend tegen Qatar aankondigden vrij uniek. Vetes tussen koningshuizen met een gelijkaardige geschiedenis – zowel Saudi-Arabië als Qatar volgen de puriteinse wahabitische versie van de islam, en beide tellen internationaal alleen mee vanwege hun olie en gas – worden doorgaans na wat dreigementen gestaakt.

Wat zijn de praktische gevolgen?

Niets daarvan nu. Saudi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, Egypte, de officiële regering van Jemen en het oostelijke machtsbestuur in Libië schorten alle diplomatieke contacten op. Dat klinkt theoretisch, maar er zijn erg praktische gevolgen. Inwoners van Qatar krijgen twee weken de tijd om te verhuizen uit de Verenigde Arabische Emiraten. Grote vliegtuigmaatschappijen als Etihad (Abu Dhabi), FlyDubai en de Saudische luchtvaartmaatschappij Saudia schorten hun vluchten naar Qatar op.

Qatar Airways, een van de meest luxueuze en populaire maatschappijen in de regio, mag voortaan niet meer over het grondgebied van de Arabische boycot-landen vliegen. En over land heeft Qatar, een schiereiland in de Perzische Golf, maar één landsgrens: met Saudi-Arabië, en ook die grens gaat voortaan dicht.

Spanningen sudderen al lang

De spanningen liepen in de laatste weken op, toen berichten uitlekten dat de emir van Qatar, Tamim bin Hamad al-Thani, in een toespraak uitspraken zou hebben gedaan die de buren en anderen niet welgevallig waren. ‘Er schuilt geen wijsheid in het onderhouden van een vijandschap met Iran’, zo zou de emir hebben gezegd, over het sjiitische Iran dat door het soennitische Saudi-Arabië, de regering-Trump in de VS en Israël als hoofdsponsor nummer één van het internationale terrorisme wordt beschouwd.

De verhoudingen met Washington onder president Donald Trump zijn ‘gespannen’, aldus emir Al-Thani, maar hij verwacht niet dat Trump lang aan de macht zou blijven. Qatar ontkent vehement dat de emir ooit zoiets zou hebben gezegd en beschuldigt anonieme hackers van het verdraaien van het discours van zijn koning. Of dat zo is of niet: geen duidelijkheid.

Maar de spanningen tussen Qatar en zijn Arabische bondgenoten lopen al langer op, en bevatten meer dan één paradox. Qatar ligt op schootsafstand van bijna-buur Iran aan de overkant van de Perzische Golf, dus probeert Qatar doorgaans goede betrekkingen te onderhouden met de overbuur. Dat ligt moeilijk als president Trump, Saudi-Arabië, de Emiraten en vele anderen onlangs Iran viseerden tijdens de top in Riyad, drie weken geleden.

Tegelijk wordt Qatar er juist van beschuldigd te los te zijn in het toezicht op de financiering door zijn rijke onderdanen van organisaties als Islamitische Staat (IS), Al-Qaeda en de Palestijnse Hamas, die niet op de lijn van Iran zitten. Daarbovenop komt de beschuldiging dat Qatar ook erg toegeeflijk staat tegenover de Libanese Hezbollah, die dan wel weer een Iran-adept is. Hoe dat allemaal te rijmen valt: erg onduidelijk.

Wereldkampioenschap Voetbal 2022

Wat wel duidelijk is, is dat Qatar al jaren erg ambitieus is in het omzetten van zijn olie- en gasgeld in de regionale politiek – zij het ook niet altijd volgens een klare lijn.

In de jaren negentig gold Qatar als de grote regionale progressieve vernieuwer met zijn pan-Arabische nieuwszender Al-Jazeera. Qatar investeerde in traditionele kunst – zijn Museum voor Islamitische Kunst is een van de mooiste van het Midden-Oosten – én in moderne kunst, met zijn Arabische Museum voor Moderne Kunst (Mathaf).

En tussendoor haalde Qatar in 2010 ook het Wereldkampioenschap Voetbal binnen, als eerste land in het Midden-Oosten, voorzien voor 2022. Hoe Qatar zo’n evenement zou organiseren in de zomer – airconditioning in de stadions? – en als wahabietisch land zou omgaan met dronken Britse hooligans (in Qatar wordt wel alcohol geschonken, maar alleen in hotelbars): zorgen voor later.

Waarom kookte het potje precies nu over?

Maar dat was vóór de Arabische Lente van 2011, toen Qatar met een nieuwe assertiviteit geleidelijk een politiek gat in de markt van het Midden-Oosten ontdekte: Saudi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en tal van andere landen verbieden allemaal de Moslimbroederschap (MB), en die bleek zowel in Egypte, Libië als onder sommige revolutionairen in Syrië plots erg populair. Qatars financiële steun aan Broederschaporganisaties en –milities viel slecht bij de buren, en met de val van MB-president Mohamed Morsi in Egypte in juli 2013 was ook het rijk van het Broederschap snel voorbij.

Waarom al die crises net vanochtend tot een hoogtepunt zijn gekomen, is alweer niet duidelijk. Mogelijk heeft het recente bezoek van de Amerikaase president Donald Trump aan Saudi-Arabië – en de hoera-sfeer rond een nieuwe coalitie tegen Iran – er iets mee te maken. Tegelijk ligt de grootste Amerikaanse militaire basis in het Midden-Oosten, de militaire luchthaven Al Udeid waar 11.000 Amerikaanse soldaten zijn gehuisvest, ook net ten zuiden van de Qatarese hoofdstad Doha.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Rex Tillerson, adviseerde niet toevallig vanochtend dat ‘we zeker alle partijen willen aanmoedigen om samen te gaan zitten en de meningsverschillen te bediscussiëren’.