Hoe kijkt de fiscus aan tegen buitenlandse verplaatsingen?
Foto: BELGA
De regels voor beroepsverplaatsingen met de wagen of trein zijn duidelijk. Maar hoe kan men als contractuele werknemer van een buitenlandse werkgever de kosten voor vliegreizen naar de werkplek in het buitenland aangeven?

Voor vliegreizen of internationale treinreizen zijn er geen bijzondere regels. Dat betekent dat u terugvalt op de gewone regels voor de aftrekbaarheid van beroepskosten. Dit houdt in

  • dat u de kosten moet maken om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden
  • dat ze noodzakelijk verband moeten houden met het uitoefenen van uw beroepswerkzaamheid
  • dat u de kosten heeft gedaan of gedragen tijdens de belastbare periode (hier: het afgelopen jaar)
  • dat u de echtheid en het bedrag ervan kan verantwoorden.

Het lijkt dat er aan deze voorwaarden voldaan is. U kan de kosten dus zelf aftrekken. U kiest  er dan voor uw werkelijke kosten te bewijzen en moet u als werknemer code 1258/2258 invullen. Let op: dat heeft in regel enkel zin als uw werkelijke kosten hoger zijn dan het forfait waar u recht op heeft (en waarvoor u geen bewijzen moet bijhouden). Maar aangezien u hoge uitgaven doet voor uw lange verplaatsingen, heeft het voor u allicht wel zin om de werkelijke kosten te gaan bewijzen.

Let er ook op dat u de nodige documenten bijhoudt (tickets, facturen, betalingsbewijzen).

Ter herinnering: als u uw woon-werkverkeer met het openbaar vervoer doet (trein, tram, bus, metro) en u daarvoor een tussenkomst krijgt van uw werkgever, is deze vergoeding vrijgesteld van belasting.

 

De experts van Wolters Kluwer beantwoorden dagelijks een vaak voorkomende belastingvraag die lezers ons gesteld hebben.