Het is zeer moeilijk om met zekerheid de diagnose van een burn-out te stellen. Brengt een bloedprik daar verandering in?

Burn-out opsporen met een simpele bloedprik
Lode Godderis: ook verschil tussen burn-out en depressie aantonen. Foto: rr

Volgens de cijfers van het Riziv zaten in 2015 liefst 8.208 mensen langer dan een jaar thuis met een burn-out. En nog eens een veelvoud daarvan moest voor kortere periodes afwezig blijven op het werk. Maar de diagnose van een burn-out stellen, blijft tot vandaag een beetje nattevingerwerk.

De patiënt vult vragenlijsten in, en op basis daarvan moet blijken of hij emotioneel is uitgeput, een gebrek heeft aan motivatie of het gevoel heeft zijn job niet goed meer te kunnen uitvoeren. Daaruit kan dan de conclusie getrokken worden of er sprake is van een burn-out, maar zelfs onder specialisten is daar niet altijd consensus over.

Juiste behandeling

Nieuw onderzoek van de Leuvense professor arbeidsgeneeskunde Lode Godderis en zijn team moet een en ander eenvoudiger maken. Hij wil burn-outs opspoorbaar maken via een bloedtest. ‘Zo kunnen we de diagnose niet alleen sneller stellen. De test moet ook een duidelijk verschil tonen tussen een depressie en een burn-out, waardoor we de patiënt onmiddellijk de juiste behandeling kunnen geven. De artsen zullen in het bloed ook kunnen zien of iemand klaar is om weer aan de slag te gaan.’

Godderis is nu op zoek naar 120 proefpersonen om de test op punt te zetten. Zestig burn-out­patiënten en evenveel controlepatiënten. Zij zullen zes maanden lang worden opgevolgd en de wetenschappers zullen onderzoeken of en hoe de ‘burn-outgenen’ in hun bloed veranderen. Binnen drie jaar moet dat leiden tot een eenvoudige bloedtest om burn-outs vast te stellen.

Stressgenen

De test zal de burn-out niet opsporen via de meest logische optie: het stresshormoon cortisol. ‘De waarden van dat hormoon schommelen te veel. Daarom zullen we onze veel standvastigere genen onderzoeken. Iedere bloedcel bevat meer dan 23.000 genen. Een handvol van die genen staat in voor onze stressreacties. Bij stress worden die “stressgenen” geactiveerd. Blijven ze actief, dan spreken we van chronische stress, wat kan leiden tot burn-out’, zegt Godderis.

‘Het doel van het onderzoek is onze “stressgenen” op te sporen en in beeld te brengen hoe ze door stress veranderen. Dan kunnen dokters gemakkelijk een burn-out aantonen en objectief opvolgen. Burn-out blijft dan niet langer een vaag omschreven aandoening, maar kan als een ziekte worden erkend.’