Gatz wil meer Vlaams geld voor Brussel
Vlaams minister Sven Gatz (Open VLD) Foto: BELGA

Vlaams minister van Brusselse Aangelegenheden Sven Gatz (Open VLD) wil het debat over de Vlaamse geldstroom naar Brussel openen. Jaarlijks investeert Vlaanderen zowat vijf procent van haar gemeenschapsmiddelen in Brussel. ‘Maar de vraag is of die volstaan om aan alle noden te voldoen.’ Oppositiepartij Groen reageert alvast positief.

883 miljoen euro, zoveel geld vloeide in 2015 van Vlaanderen naar Brussel. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams minister van Brusselse Aangelegenheden Sven Gatz (Open VLD) vandaag bekendmaakte. De 883 miljoen komt overeen met zowat vijf procent van het Vlaamse gemeenschapsbudget, waar bijvoorbeeld onderwijs, welzijn en cultuur onder vallen.

Brusselnorm

Daarmee voldoet de Vlaamse regering aan de befaamde ‘Brusselnorm’. Sinds 1999 legt Vlaanderen er zich op toe vijf procent van haar gemeenschapsmiddelen in Brussel te investeren. Bedoeling van die norm is te garanderen dat de Vlaamse regering erin slaagt binnen elk beleidsdomein voldoende – Nederlandstalige – Brusselaars te bereiken, ruwweg zo’n een op drie. Met de nieuwe cijfers in zijn hand wil Gatz nu het debat aangaan over de toekomstige Vlaamse ambities in Brussel.

‘De cijfers schetsen een dubbel beeld’, zegt de minister. ‘Het is positief dat Vlaanderen, ondanks budgettaire bekommernissen, voldoende blijft investeren in Brussel. Maar dit brengt ons bij de vraag of deze middelen wel volstaan om aan alle Brusselse noden tegemoet te komen. Van mij mag het gerust wat meer zijn’, voegt Gatz daaraan toe. Zo is welzijn al jarenlang de ‘boosdoener’: in 2015 ging net geen twee procent van de Vlaamse middelen voor welzijn naar Brussel. Ver onder de norm van vijf procent dus.

Volgens Gatz zijn investeringen in het Nederlandstalig onderwijs de prioriteit in de toekomst. Toch zijn die vandaag al goed voor 72 procent van de Vlaamse middelen die naar Brussel gaan. ‘Maar daar zijn goede redenen voor. Kinderen hebben recht op een plaats op school, en de vraag naar die plaatsen is nu eenmaal groot. Ook de Brusselaars beseffen hoe langer hoe meer dat de kwaliteit en meertaligheid van het Nederlandstalig onderwijs echte troeven zijn op de arbeidsmarkt.’

‘De’ Nederlandstaligen

Gatz hoopt nu over de partijgrenzen heen een ‘diepgaand debat’ te voeren over de Vlaamse ambities in Brussel. Oppositiepartij Groen reageert in ieder geval positief. ‘Bij ons vindt de minister in ieder geval een bondgenoot om de ambities op te trekken’, zegt Vlaams parlementslid Elke Van den Brandt. ‘Maar de bedoeling kan niet zijn dat de norm verlaagd wordt.’ Al is dat volgens Gatz ‘onwaarschijnlijk’. ‘Geen enkele partij pleit daarvoor’, zegt de minister.

Maar Van den Brandt vreest dat binnen de regering vooral de N-VA op de rem kan gaan staan. ‘Zij focussen nog te vaak op “de Nederlandstaligen” van Brussel, maar die stad laat zich niet herleiden tot een tegenstelling tussen Frans- en Nederlandstaligen. De openheid van Brussel is net een kans om meer anderstaligen te betrekken in het Nederlandstalig onderwijs. We mogen ook niet enkel het goede nieuws zien. Ja, we halen de norm van vijf procent, maar toch moeten er elk jaar nog kinderen geweigerd worden in het Nederlandstalig onderwijs. Het is gewoon niet genoeg.’