Planbureau botst op limieten bij doorrekening programma’s
Foto: BELGA

‘Loze beloftes? Iedere partij die serieus aan politiek doet maakt haar eigen rekeningen’, zegt Inez De Coninck (N-VA), voorzitster van de werkgroep politieke partijen, die zich over de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s buigt. Het enthousiasme over die wet uit 2014 lijkt drie jaar later sterk bekoeld. ‘Alles moest nog voor de verkiezingen geregeld worden, maar misschien was de wet nog niet rijp’, aldus De Coninck. ‘Ik ben sceptisch over de haalbaarheid. Er zijn nog teveel onbeantwoorde vragen.’

Open VLD, SP.A en CD&V blijven wel pal achter de geplande doorrekening door het Planbureau staan. Al geven ook zij toe dat er mogelijk aanpassingen nodig zijn. ‘Tegen 2019 moet dit haalbaar zijn’, zegt Servais Verherstraeten (CD&V). ‘We hebben nog twee jaar de tijd, dat moet lukken.’

Waar knelt het dan precies? ‘Het grote probleem is en blijft het aantal partijen dat onder deze wet valt’, zegt Jan Verschooten, commissaris-adjunct van het Planbureau. Onder de huidige wet is elke partij met een vertegenwoordiger in een van de vele Belgische parlementen verplicht haar partijprogramma te laten doorrekenen. Bovendien kunnen alle andere partijen dat ook aanvragen. ‘Simpelweg onmogelijk’, zegt Verschooten. ‘In 2014 werden er meer dan 80 lijsten ingediend. Daarom stellen wij voor om de oefening te beperken tot de partijen die vertegenwoordigd zijn in de Kamer.’

374 pagina’s

Navraag bij het Nederlandse Centraal Planbureau, dat dit soort doorrekeningen al 30 jaar doet, leert dat het ‘met 11 partijen al een grote uitdaging was’. In de aanloop naar de Nederlandse verkiezingen stelden zij een 374 pagina’s tellend rapport op. Maar in de Belgische schoen zit nog een kiezel. Het gaat om een federale wet, die door het federaal Planbureau moet uitgevoerd worden. ‘Voor heel wat regionale thema’s hebben wij gewoon niet de expertise in huis.’, zegt Verschooten. ‘Onderwijs – mogelijk een belangrijk verkiezingsthema – is het beste voorbeeld: Wij kunnen geen onderwijsprogramma’s doorlichten.’

Op dit moment wordt er met tijd gemorst, vindt Verschooten. ‘Wij hebben acht nieuwe mensen die direct inzetbaar zijn, en we vragen ook al twee jaar lang om te kunnen beginnen. Maar nu dreigen we in een situatie terecht te komen waarin er geen marge meer is voor overleg. Op enkele maanden tijd kan je geen nieuwe modellen of expertise opbouwen.’

‘Volledig mee akkoord’, zegt André Decoster (KU Leuven). Samen met De Standaard, De Tijd en de VRT lichtte hij in 2014 de Vlaamse partijprogramma’s door. ’Of je hier nu 50 of 100 mensen op zet, bepaalde dingen zal je nooit tot in detail kunnen becijferen. Perfectie bestaat niet, maar daarom moet je niet alles on hold zetten. Door een juiste afbakening te maken, kan je 90 procent van de maatregelen met een budgettaire impact uit de programma’s halen. Men heeft hier drie jaar de tijd voor gehad, dit had al lang beslist moeten zijn.’