100.000 Congolezen sloegen vorige week op de vlucht
Foto: REUTERS

In de Congolese Kasaï-regio, in het centrum van het land, zijn vorige week 100.000 mensen op de vlucht geslagen voor ‘een bijzonder zware crisis’, aldus Ocha, het Humanitair Bureau van de VN, maandag vanuit Genève.

Sinds september vorig jaar, het begin van de crisis, zijn al 1,25 miljoen mensen hun huis ontvlucht, zei Rein Paulsen, Ocha-directeur in Congo. Eind maart schatte de VN dat er in Congo 3,7 miljoen mensen in eigen land op de vlucht waren, tegenover 1,6 miljoen begin 2016. Paulsen had het over een ‘heel ernstige verslechtering’ van de humanitaire situatie.

Aanleiding voor het geweld was de dood, door het leger, van de lokale chef Kamwina Nsapu in augustus vorig jaar, waarop zijn aanhangers in opstand kwamen. Die opstand eiste al meer dan 400 doden.

‘Slachtpartijen’

De VN veroordeelde eerder al de rebellen omdat zij kindsoldaten inlijven en hen wreedheden laten begaan. Tegelijk had de VN ook kritiek op het buitensporig gebruik van geweld in de repressie van de rebellen, door het Congolese regeringsleger.

‘Er wordt zwaar geweld gepleegd op de burgerbevolking, die het slachtoffer is van onder meer slachtpartijen, plunderingen en brandstichtingen’, had Ocha zaterdag al laten weten.

Intussen bijna twee maanden geleden werden in dezelfde regio twee VN-experts, een Amerikaan en een Zweedse, ontvoerd en twee weken later aangetroffen in een massagraf. Zij waren door de VN-secretaris-generaal uitgestuurd om onderzoek te voeren, net naar het geweld in de regio.

De VN schat de dringende noden om de humanitaire crisis in Congo te lenigen op 742 miljoen euro, maar van dat bedrag is nog minder dan een vijfde vrijgemaakt.