Amper één radicale gevangene op acht krijgt begeleiding
Foto: belga
Van de 80 geradicaliseerde gedetineerden volgen er slechts 11 een individueel traject. De SP.A verwijt de Vlaamse regering een gebrek aan daadkracht.

Twee jaar nadat het Vlaams Parlement een kamerbrede resolutie heeft aangenomen om ‘gewelddadige radicalisering’ te bestrijden, oogt alvast het rapport intra muros erg mager. Van de tachtig geradicaliseerde gedetineerden in de Vlaamse en Brusselse gevangenissen  volgen er vandaag amper elf een individueel deradicaliseringstraject. Dat blijkt uit cijfers die minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) verstrekte op vraag van parlementslid Yasmine Kherbache (SP.A). 

‘De resolutie roept onder meer op om verschillende categorieën Syriëgangers te onderscheiden en voor elk van hen in een gepaste aanpak te voorzien, al dan niet in de gevangenis’, verklaart Kherbache. ‘Voor radicaliserende personen die (nog) niet vertrokken zijn en gedetineerden die dreigen te radicaliseren in de gevangenis, moeten er individuele re-integratieprogramma’s zijn.’ Die programma’s bestaan volgens de minister vooral in disengagement: het weghalen van het gewelddadige aspect.

Begin dit jaar kondigde minister Vandeurzen aan dat er twee consulenten zijn aangeworven die voltijds bezig zijn met die taak. Maar vier maanden later ziet de situatie er volgens Kherbache erg pijnlijk uit. De consulenten zijn trajecten gestart met veertien mensen, van wie tien in de gespecialiseerde D-Rad/Ex-vleugel in de gevangenis van Hasselt. Vandaag zijn er nog elf gedetineerden die wekelijks tot tweewekelijks worden gesproken. 

Meer consulenten nodig

‘De gesprekken duren gemiddeld twee uur’, geeft Vandeurzen nog mee. Hij benadrukt dat de consulenten niet alleen werken, ze worden ingezet ‘ter versterking van de bestaande hulp- en dienstverlening in de gevangenis’. De trajecten worden immers ingevuld vanuit een ‘multi-agency approach’. Er is vorig jaar gekozen voor een getrapte opstart, binnenkort wordt het werk van de consulenten in Hasselt uitgebreid naar de drie satellietgevangenissen van Brussel, Gent en Brugge.

Het kan véél beter, stelt Kherbache. ‘Hoe kun je van twee mensen verwachten dat ze tachtig gevangenen individueel begeleiden en deradicaliseren, én tegelijk ook nog eens beleidswerk voor hun rekening nemen? Tegen dit tempo hebben we nog jaren nodig.’ Er moeten méér consulenten en deradicaliseringsambtenaren worden aangesteld, vindt de Antwerpse politica. Het feit dat de regering talmt duidt volgens haar op ‘een gebrek aan daadkracht en sense of urgency’. 

Maar deradicaliseren is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Uit de vele hoorzittingen die de onderzoekscommissie 22/3 al organiseerde, blijkt dat niemand weet hoe je er precies moet aan beginnen. ‘Deradicaliseren is als van een Antwerp-supporter een Beerschot-fan maken: dat gáát niet’, luidt het achter de schermen. Het Gevangeniswezen schermt met zijn ‘detentieopdracht’. Iedereen kijkt naar elkaar, niemand voelt zich echt verantwoordelijk. 

Geen toverformule

‘Er bestaat geen toverformule’, beaamt Yasmine Kherbache. ‘Maar op het vlak van disengagement zijn er wél methodes. In Denemarken of het Verenigd Koninkrijk staat men al een heel eind verder dan hier. Vast staat dat individuele begeleiding de te  volgen weg is, en dat deradicalisering een overheidstaak moet zijn. Het is toch al te kras dat twee particulieren in Antwerpen zelf een deradicaliseringcentrum opgestart hebben (advocaat Walter Damen en N-VA-politicus Koen Metsu richtten onlangs de vzw Deradiant op, red.) omdat de overheid niets aanbiedt?’ 

Als we de problematiek echt ernstig nemen als samenleving, moeten we volgens de SP.A meer middelen inzetten. ‘Want ooit komen al die geradicaliseerde gevangenen vrij.’